Deel drie van het Leids drieluik ‘De montere jongens Mozes’
Als een willekeurige voorbijganger zou worden gevraagd wat het meest opvalt aan Sarah Jansen, dan is dat zonder twijfel haar litteken. Het loopt van net onder haar rechteroog tot aan haar mondhoek. Het is slordig gehecht en lelijk genezen. De punctiegaten van de hechtnaald zijn duidelijk zichtbaar.
Als men haar ernaar vraagt, en dat gebeurt met regelmaat, vertelt ze dat ze vroeger op sociëteit van het buffet is gevallen. Met haar gezicht in een bierglas. Meestal zegt men oh. Gevolgd door een diep zwijgen.
Over Levi spreekt ze niet.
De zomer van 2007 was er een zoals alle anderen. Het verenigingsjaar was ten einde gekomen met een kroegjool. Acht meter glas was gesneuveld, twee neuzen waren gebroken. Een meisje was vrouw geworden. Bloed en bier had gevloeid. En nu had Leiden een kater.
Op banken buiten hingen verveelde studenten. Sarah lag in Levi’s armen in bed. Naast het bed Levi’s tentstappers. Besmeurd. Over een stoel zijn bestuurspak. Uitgescheurd. Andere kleren had hij niet meer. Kwijt. Verschwunden zeggen Duitsers. Het lichaam van Levi was getekend door corpstatoeages. Striae overspanden zijn hele buik door de 18 kilo extra gewicht die zijn bestuursjaar had opgeleverd. Dat bracht het totaal op 109.
Sarah volgde met haar vingers een barst in Levi’s huid. Levi ontwaakte. ‘Doe 's ophouden’ gromde hij, en draaide zich om. Een lichaam dat als enige de zware leestafel om kan gooien, dacht ze, en klom bovenop hem. ‘Sarah, laat me met rust en val me niet lastig’. Hij wierp haar van zich af, stapte uit bed en liep naar de wasbak. Sarah staarde uit het raam. ‘Levi, je leeft nu al een jaar op een vierkante kilometer tussen het Rapenburg en de Breestraat.’ Levi trok zijn voorhuid naar achteren, legde hem op de rand van de wasbak en rekte zich uit. ‘Laten we ergens heen gaan Levi’. Vooruit zei hij, en waterde.
Yalla yalla riep de buschauffeur. Hij smeet hun koffers in het laadruim en gebaarde Sarah en Levi driftig de bus in te gaan. Syrië was anders. Het landschap was desolaat. De mannen hadden hoekiger gezichten. Ze keken Sarah schichtig aan. Als ze terugkeek keken ze weg. En als zij wegkeek keken ze terug. Maar beter dan Jordanië. Teveel Russen in de Dode Zee. Teveel Fransen bij de opgravingen in Petra.
In de krappe bus van Basra naar Damascus betreurden de Syriërs nog steeds het verlies van de Golan hoogten. Sarah betreurde haar reis met Levi. Misschien zou hij zich anders gedragen dacht ze. IJdele hoop. Zijn arrogante corpshouding bleek hardnekkig. Het eten vond hij goor, de hostels nog goorder en de andere backpackers het allergoorst. Over ‘nieuwe mensen ontmoeten’ hoefde ze niet te beginnen.
Hoewel Levi het niet expliciet uitsprak, had Sarah het idee dat hij haar deze reis kwalijk nam. Bij Romeinse opgravingen, moskeeën en souq’s toonde hij opzichtige desinteresse. Zijn waardeloze conditie gaf hem een excuus om bij het dichtstbijzijnde koffiehuis te gaan zitten. Zwetend. Het hielp niet dat eten en drinken in het openbaar tijdelijk verboden was. Misschien was het onhandig om tijdens de Ramadan naar het Midden-Oosten te gaan. Maar Sarah had er niet aan gedacht. Ze had er ook niet aan gedacht dat de afwezigheid van alcohol Levi onhandelbaar zou maken. Als hij voldoende rookte was het draaglijk. Maar de impulsieve woedeaanvallen van voor zijn bestuursjaar waren weer terug. En met elke woedeaanval voelde Sarah zich schuldiger.
Tegen de avond bereikten ze Damascus. ‘Al-Merjeh square. Bus stop. Yalla yalla’. Sarah en Levi stapten uit. ‘Welcome to Syria’ riep de chauffeur hen na, en grijnsde zijn bruine tanden bloot. Vanwege Ramadan waren er veel bedelaars op straat. ‘Baksjisj mister, baksjisj’. Op weg naar hostel Al-Rabie duwde Levi de straatkinderen van hem af. Hij was vadsig maar sterk, en straalde nog steeds een natuurlijke dominantie uit. Sarah voelde zich trots dat Levi van onder de niqaabs langdurig werd nagekeken. Ze kon het niet zien, maar een vrouw weet dat, wanneer haar man begeerd wordt. Het kostte haarzelf moeite om Levi nog te begeren. Intimiteit in het openbaar was uitgesloten. In de ranzige hostels de lichamelijke liefde afwezig.
Nadat ze hun huurauto hadden opgehaald en bij het hostel hadden geparkeerd, gebruikten ze het avondmaal. Starend naar hun bord. Khobz, houmous, falafel. Onheilspellende stilte. Halverwege de maaltijd begon Levi zwaar snuivend adem te halen. Sarah zette zich schrap voor een woedeaanval. Maar die bleef uit. Ze keek op en zag hoe Levi een stuk brood in haar handen drukte. Hij bracht zijn hoofd dicht bij het hare en fluisterde ‘vergeet mij maar, Sarah. Doe mij maar weg uit je herinnering’. Even keek hij haar aan. Zijn ogen stonden afwezig. Toen stond hij op en liep weg. Verbijsterd bleef Sarah aan tafel zitten. Twee uur lang. Roerloos. Ze dacht aan het college Romeins Recht vorig collegejaar. Hoe Levi de schil van een sinaasappel had gepeld. Hoe zijn toewijding bij de simpele taak haar had ontroerd. Hoe hij haar twee parten had gegeven, druipend van het sap. Hoe ze ‘s avonds voor het eerst hadden getongd in de WW. Daar zag niemand je ooit.
Een voorzichtige hand op haar schouder. ‘Woman, we are closing, woman’. Sarah staarde naar een stel bruine tanden. Het was de buschauffeur. Met een schort voor, en de rekening in zijn hand. ‘Yes yes. Two jobs, woman. Eight children’, zei de ober. Hij keek naar beneden.
Levi was intussen ver doorgedrongen in de Oude Stad van Damascus. Irrationele woede had zich weer meester van hem gemaakt. Hij bewoog zich wild voort. Had willekeurig afgeslagen in het labyrint van overhellende straatjes. In een slecht verlichte doorgang hield hij hijgend halt. Plotseling hoorde hij een stem in de schemer. ‘Easy now tiger’. In een portiek aan zijn voeten zat een oude man met lang zwart haar. Het flauwe lantaarnschijnsel weerkaatste op zijn ronde brillenglazen. Zijn peuk gloeide op. ‘I was once like you’, vervolgde de oude man onverstoorbaar, ‘full of uncontrollable rage. But I know what helps. Please come inside, Levi.’
De man drukte zijn peuk uit, en duwde een zware houten deur open. Levi liep achter hem aan en volgde hem naar een binnenplaats. Op de grond lagen rode kussens met gouden stiksels. ‘Sit down, Levi. My name is Monkith by the way’. De binnenplaats werd omringd door een donkere zuilengang, waar Monkith in verdween. Tussen de zuilen stonden sokkels met bronzen beelden erop. Vrouwen en vogels, in rare poses. Ze hadden extreem lange armen en vleugels. Alsof ze reikten naar het luchtledige. ‘You like my sculptures Levi?’ Monkith kwam terug met een fles en een kan water. Hij schonk een glas voor de helft vol uit de fles, en vulde bij met water en ijs. ‘This is arak Levi. That will calm you down, not?’ Levi dronk gulzig. De anijs brandde achterin zijn keel.
‘That is such a nice shirt’, zei Monkith, en wees naar de print van MC Escher op Levi’s shirt.
- ‘Thanks, I borrowed it from my brother Juliaan.’
‘MC Escher was a great Dutch artist. In my sculptures I try to capture some of his surrealism. Life is often surreal too, isn’t it Levi?’
- ‘Well, mine is pretty straightforward.’
‘You think?’
- ‘Yes, I started studying in Leiden four years ago. Became a member of my fraternity because my whole family was. I am now on the board of my fraternity. I just spent a year drinking…’ Levi dacht even na over het Engelse woord voor paardenkut. ‘…anyway, I drink a fruit spirit and soda, Monkith, because they say it contains little calories.’ Hij keek naar Monkith’s magere lichaam. Monkith zag het en kreeg pretoogjes.
‘You should have drunk arak, Levi’.
Levi grinnikte, en vervolgde:
- ‘I will probably work for some law firm in the future. A recruiter from Allen & Overy told me I am a high potential. I want to specialize in mergers and acquisitions.’
‘You study law, Levi? You should come and work here in Syria. We don’t have much law here. Our government mainly specializes in murders and executions. Nobody attends university here, but we all graduated from the university of life. You know what I mean?’
Monkith’s pretogen waren verdwenen. Levi knikte. De arak had hem gekalmeerd. Hij voelde een onbekende rust over zijn lichaam komen. Zwijgend rookten Monkith en hij een sigaret.
- ‘Can I ask you something Monkith. Why are you so friendly? You don’t know me at all.’
‘Well, as for knowing you, I think you might be surprised. But truth is, I was sent on a mission Levi. To save you. Just like any man needs to be saved. But I am not the one who can do it for you. Only a woman can.’
Monkith schonk opnieuw arak in.
- ‘I am sorry Monkith, but I don’t understand what you say.’
‘Let me explain. You told me about your life. Now let me tell you about mine. Are you Jewish, Levi?’
- ‘No, my father is, but I am not.’
‘Well, in this part of the world everyone is of a certain religion. But contrary to what you might think I’m no Muslim. I am a Baha’i. I was born as such in a little village called Griyat, in Iraq 43 years ago. Life was simple then. I used to build clay sculptures on the banks of the river Tigris. You know it is said that its water flowed forth from the Garden of Eden, Levi? Griyat was a peaceful place, somewhat like paradise, until the Baath party came to power. We were persecuted because of our religion. Or because of our political activism. Who knows. They always find a reason Levi.’
Monkith schonk twee nieuwe glazen arak in. Hij draaide zijn rug naar Levi, en tilde zijn shirt op. Het maanlicht wierp slagschaduwen op zijn littekens. ‘I was lucky, Levi. They executed 13 of my cousins. I had to flee the country. Leave my parents behind. I ended up here. Living on the streets. Living on arak. And the Baath party still looked for me here. I would have died either way, Levi, and nobody would have noticed. But a woman saved me. She took me in her house, and gave me a new identity. She gave new meaning to my life. In return I gave her the only things I could offer: my love and my sculptures.’
De arak veroorzaakte bij Levi een roes die hij herkende van absint en mescal. Zijn eigen stem klonk steeds verder weg.
- ‘Monkith, you seem at peace now, despite your suffering. Why am I not at peace? What am I fleeing from? Which demons am I fighting? I have nothing to worry about.’
‘It is precisely that, Levi. Alongside your worries your society has lost its soul. You’ve freed yourself from religion and ideology, but nothing has taken its place. Nothing but work, good manners and boredom.’ Monkith liet zijn woorden even bezinken. ‘I even heard some of you become sick from working too much. People here become sick from tap water. So we enjoy every occasion in the presence of our loved ones. Because Inshallah, it may be our last.’
- ‘But should I live like every day is my last, Monkith?’
Monkith glimlachte bemoedigend.
‘Let me just say that our lives here happen in the present. Your lives happen fifteen minutes from now. You live like you’re always running late for something. But your philosophers were right, Levi, life should be an art as well.’
- But how can I be an artist, Monkith? I don’t even know how to entertain myself.’
Monkith moest lachen.
‘See, Levi, you know how to entertain me. Everything is already there. You just retrieve what you lost along the way.’
- ‘I am anxious, Monkith’.
‘Don’t be’.
Zes uren lang praatten ze door. Steeds gehaaster. Steeds fragmentarischer. En ze dronken. Totdat de fles leeg was, en ze uitgeput in de kussens achterover zakten. Het zevende uur waren ze stil. Plotseling werd de stilte ruw doorbroken door de oproep voor het ochtendgebed. Uit schelle speakers klonk Allahu Akbar.
Levi kwam overeind.
- ‘Has everything been said, Monkith?’
‘Never, Levi, never.’
Ze omhelsden elkaar. Levi’s shirt rook naar verschraald zweet. Monkith gaf hem één van zijn beelden. Een vrouw met een kind in haar armen. Met het beeld onder zijn arm strompelde Levi terug naar het hostel. Een bedroefd gevoel kwam over hem heen. Het gevoel van een groot verlies. Hij bedacht zich dat Monkith hem nooit om zijn naam had gevraagd.
Toen Levi het hostel bereikte had het eerste zonlicht ook Sarah bereikt. Het scheen tussen de gordijnen door op haar rug. Ze lag te slapen. Levi zette het beeld op de grond. Voor het eerst in zijn leven keek hij goed naar Sarah. Voor het eerst zag hij hoe mooi ze eigenlijk was. Hij begon te twijfelen. Zou zij het zijn? Had Monkith dat bedoeld? Hier, op de plek van alle oorsprong? Nee, te laat.
Levi pakte Sarah op en nam haar in de brandweergreep. Ze kreunde iets, maar bleef slapen. Met Sarah over zijn schouders liep Levi naar hun huurauto. Hij zette haar op de passagiersstoel, en nam achter het stuur plaats. Hij draaide het raam open en startte de auto. Ongehinderd door de ochtendspits draaide hij de M1 snelweg op. To Iraq, zei het verkeersbord. Elke truck die uit tegengestelde richting passeerde blies een wolk warme woestijnwind in zijn gezicht. Zijn slingerende rijden ontlokte getoeter. In halve slaapwaaktoestand kroop Sarah tegen hem aan. Levi drukte het gaspedaal diep in, en voor het eerst in 21 uur sloot hij zijn ogen. Hij hoorde het aanzwellende lawaai van de claxon van een truck. Maar hij gaf nog meer gas. En hij voelde niets. Niets dan het ritmische gebonk van hun auto op het kapotte Syrische asfalt. En ja toch ook, haar aanwezigheid.
Sarah heeft Levi niet weggedaan uit haar herinnering. Integendeel, ze denkt nog dagelijks aan hem. Haar laatste herinneringen zijn vertroebeld door de morfine. De artsen met baarden. De operatiekamer. De splijtende pijn aan haar gezicht. Levi’s broer Juliaan die naast hem zit aan het bed. Continu bellend. Schreeuwend. Vloekend. Tot er stilte is. Opvallend eigenlijk, hoe geruisloos de dood voorbijtrekt. Alsof hij zegt, let maar niet op mij.
Haar littekens neemt ze Levi niet kwalijk. Littekens doen geen pijn. Maar het gebrek aan waarom is martelend. In de hoop het ooit te weten te komen kijkt ze vaak naar het beeld. Het rare beeld van de vrouw met een kind in haar veel te lange armen. Alsof dat op een dag opeens gaat praten. Onlangs ontdekte ze dat iemand iets in de sokkel van het beeld heeft gekrast:
The Virgin Mary, made by Monkith, R.I.P. * Griyat 1964 - † Damascus 1997
Nog steeds vraagt Sarah zich af wie Monkith eigenlijk is.
---
zondag 4 april 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
Ha Peter,
Geweldig verhaal.
De verhaspeling van 'mergers and acquisitions' tot 'murders and executions' zou ik eruit halen. Die zit al in American Psycho.
Een reactie posten