Posts tonen met het label Columns Politiek Cafe CDA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Columns Politiek Cafe CDA. Alle posts tonen

vrijdag 17 april 2009

Column April 2009 - Politiek Café CDA Leiden

Disclaimer: deze column is ietwat serieuzer dan normaal, omdat ondernemerschap een onderwerp is dat me aan het hart gaat. Daarom is het ook een van de campagnepunten van de politieke beweging Change Leiden. Ps mevrouw de minister Maria van der Hoeven - die aanwezig was bij het voorlezen van de column - is nu ook in het bezit van een Change Leiden campagneposter

Microkrediet moet/moed

Enige tijd geleden interviewde ik een ambtenaar van Senter Novem, een agentschap van Economische Zaken. Agentschappen zijn op afstand geplaatste organisaties. En dat was het: in Den Haag, zeker 200 meter verderop bij het ministerie. Het gesprek ging over microkrediet: kleine kredieten voor startende ondernemers die bij een bank geen lening kunnen krijgen. Dat is op dit moment praktisch iedereen.

De ambtenaar vertelde me dat banken terughoudend zijn met leningen aan startende ondernemers, omdat die leningen relatief riskant zijn – en omdat banken risicomijdend zijn. Zijn eigen woorden overdenkend keek hij me plots aan en allebei barsten we in lachen uit. Banken risicomijdend. Opeens klonk het net zo absurd als onze Maxime die tussen de vredesbesprekingen in Israel en de heropbouw van Afghanistan, even naar huis Twittert of de piepers al op het vuur staan.

Absurd, anders kan ik de huidige situatie niet omschrijven. Als ik de lachebekjes in de ING reclame mag geloven staan ze daar te springen om startende ondernemers te fêteren met een leuke lening. Misschien komt het omdat ze Jan Mulder uit hun reclames hebben wegbezuinigd, maar ik geloof ze gewoon niet meer. En niet zonder reden. Een ondernemer die haar zaak intussen met een microkrediet is gestart, vertelde dat tijdens haar intakegesprek voor een lening van de ING, de betreffende bankier al na 2 minuten opzichtig op zijn horloge begon te kijken. Inderdaad, zoals de reclame doet vermoeden: service met een glimlach.

Om in de kroeg te kunnen meepraten heb ik geprobeerd om iets van het bankwezen te begrijpen, maar het lukt me gewoon niet. De zaak piept en kraak en wrikt, maar niemand lijkt te weten waar de smeerolie ligt. Het geeft mij een gevoel alsof we leven in een ‘Tijd van onbehagen’, zoals de CDA-filosoof Ad Verbrugge in zijn gelijknamige boek stelt.

En in tijden van onbehagen – zo wordt mij avond na avond verteld door Philip F., Clairy P. en Paul W. – is het simpelweg nodig dat het vertrouwen weer herstelt. Maar begin daar maar eens aan als slechts de helft van de bevolking vertrouwen heeft in de politiek en Rutger van Geenstijl ministers permanent in de nek hijgt om ze te kakken te zetten. En als je daarbovenop vier weken nodig hebt om te reageren op een crisis, is het geen wonder dat alle politici slechts een bijrol lijken te spelen in de Film van Ome Wilders.

Ja, om nú nog vertrouwen te hebben in de toekomst, daar is moed voor nodig: een rechte rug en kin omhoog. Of zoals ondernemer Marijke van Helwegen zou zeggen: borstjes vooruit en lipjes getuit. Welnu, wie zijn er moediger dan mensen die juist nú een onderneming starten? Het is daarom een geruststellende gedachte dat er bij een kortgeleden gestarte nationale microkredietorganisatie al 800 leningaanvragen zijn binnengekomen. Mag ik het zo zeggen, ja ik mag het zo zeggen: gelukkig voor dit land zijn er nog genoeg mensen met de VOC mentaliteit!

vrijdag 21 november 2008

Column November 2008 - Politiek Café CDA Leiden

Vrij veilig of vrij onveilig? Een column over Veiligheid in Leiden, met een hoofdletter V.

Onlangs vond ik in mijn inbox tussen de e-mails van de Dag van het Respect en de Maand van het Spannende Boek een mail getiteld: ‘CDA Veiligheidsweek 12-19 november 2008‏’. Let wel, Veiligheid was geschreven met een hoofdletter V! Mijn hart maakte een sprongetje, dit belooft wat! In de zes jaar dat ik in Leiden woon heb ik me nog nooit onveilig gevoeld, een relletje of een ordinaire vechtpartij meegemaakt, en met zo’n Veiligheidsweek met hoofdletter V zou het er misschien eindelijk eens van komen. Aangezien we in Leiden geen Vogelaarwijken hebben en we die nu vermoedelijk ook nooit meer gaan krijgen, was ik onbekend met het concept en vroeg ik me af: een Veiligheidsweek, wat moet een mens daarvoor doen. Is het iets om voor thuis te blijven, of moet ik juist de straat op? Is themakleding verplicht of is het juist ongepast als ik met een politie-uniform en opplaksnor in de stad ga surveilleren? Lastige kwesties.

De wildste gedachten schoten door mijn hoofd: misschien hebben ze wel een optreden van een bekende Nederlander geregeld? Gerard Joling heeft net afgezegd voor het Eurovisiesongfestival, en is vast nog op zoek naar een schnabbel. Kunnen we mooi bier naar het podium gooien en gearresteerd worden voor openbare dronkenschap. Of beter nog, er komt een politicus uit de Haagse kaasstolp. Die gaat dan ‘het land in’ zoals dat heet, om te praten met ‘echte burgers’ en zo te weten te komen ‘wat er leeft in de samenleving’. De regeringspartijen hebben daar nu 100 dagen ervaring mee, dus dat moet een evenement van jewelste worden. Dat resulteert geheid in een hoop gescheld op ‘de hoge heren in Den Haag die elkaar de hand boven het hoofd houden’! Spannend, spannend!

Ik opende de mail: ‘Van woensdag 12 november tot woensdag 19 november laat het CDA de burger aan het woord.’ Zie je wel, daar heb je de burger al, dit kan leuk worden! En ja hoor, CDA-Tweede Kamerlid Frans de Nerée tot Babberich komt op werkbezoek. Een achternaam die de Leidenaren al vloekend lekker door de mond kunnen laten rollen. Alsof ze het erom hebben gedaan bij het CDA. Opgewonden las ik verder: ‘Wat kunnen burgers zelf doen om de politie te helpen bij het vergroten van de veiligheid?’ Plots kreeg ik het Spaanse benauwd: dit gaat de verkeerde kant op. Even verderop werd ik weer gerustgesteld: ‘Op een vorige week gepubliceerde lijst van de meest onveilige Nederlandse gemeenten bekleedt Leiden een bescheiden 43e plaats. "Dat kan en moet beter", aldus Frank van Dijk, CDA gemeenteraadslid en woordvoerder veiligheid.’ Kijk, dat is een man met ambitie. Met een beetje goede wil komen we volgend jaar met stip op nummer tien binnen!

Maar toen las ik de grote afsluiter, het eindrapport. Punt 1: Er gaat gewerkt worden aan het ‘enge-plekken-plan’. Ik checkte nog even of ik niet per ongelijk een rapport over de erbarmelijke staat van de gezondheidszorg aan het lezen was, maar dát bleek niet het geval. Een enge-plekken-plan?! En dat terwijl 54% van de ondervraagden zich nog nóóit onveilig heeft gevoeld! Een ander punt: coffeeshophouders moeten voorlichting geven aan hun klanten over de schadelijke effecten van drugsgebruik. Alsof je een kaasboer verplicht zijn klandizie er bedacht op te maken dat die heerlijke langdurig gerijpte oude kaas wél een aanslag op hun cholesterolgehalte betekent. En dan moet er ook nog een Veiligheidshuis komen in Leiden. Die komt dan zeker in plaats van de discotheek aan het stationsplein, die al sinds mensenheugenis in de planning staat. Welja, dan is er écht geen enkele reden meer om ’s avonds de deur uit te gaan en is die geplande uitgaansoverlast alweer van de baan, nog vóórdat hij veroorzaakt kan worden.

U begrijpt, ik was wat sipjes, en heb maar even gegoogled naar wat er verder in politiek Leiden gebeurt. Wat bleek: afgelopen zaterdag deelde GroenLinks spaarlampen uit voor een beter klimaat. En op diezelfde dag organiseerde de PvdA een heuse ‘wijkactie’ op het Diamantplein. Er staat zelfs een filmpje van op hun website, waarop te zien is hoe ze, met de muziek van het tv programma Eigen Huis en Tuin eronder gemonteerd, een paar nieuwe struikjes in de berm planten en wat herfstbladeren oprapen. Nee, daar werd ik ook niet meer vrolijk van. Maar wacht, onderaan de e-mail staat nog iets: ‘Het CDA café op 19 november is toegankelijk voor iedereen die zijn mening kwijt wil over het onderwerp veiligheid.’ Kijk, dat moest ik dan meer eens doen. Dan loop ik na afloop naar huis via een ‘enge plek’, en pak ik met een beetje geluk toch nog ergens een vechtpartijtje mee.

dinsdag 30 september 2008

Column September 2008 - Politiek Café CDA Leiden

Over Prinsjesdag, multimedia en Marokkaanse probleemjongeren.

Bij de monumentenzorg is dit jaar het jaar van het religieus erfgoed, natuurbeschermers hebben 2008 uitgeroepen tot het jaar van de kikker en voor de universiteit Delft is het nu het jaar van de brug. Voor de VN is het 'the year of the dolphin' en voor Al Stewart is 2008, zoals elk jaar, 'the year of the cat'.

Ook het politieke jaar is na enkele maanden vakantie weer begonnen. Leuke anekdote: vanaf 1848 was dat altijd op de derde maandag in september, maar in die tijd was de reistijd naar Den Haag voor veel Kamerleden zo lang dat ze op zondag van huis moesten vertrekken om maandag op tijd in de Kamer te zijn. Leden van christelijke partijen vonden het een bezwaar om op zondag te reizen en daarom is in 1887 Prinsjesdag verplaatst naar de derde dinsdag van september.

Wat had je anders verwacht met een instituut uit de eeuw voor de vorige, maar och, wat was het weer één groot ritueel. De koets, de hoedjes, het koffertje. Toen halverwege de rijtoer van de koningin het beeld van mijn tv opeens begon te sneeuwen, ontdekte in dat ik naar een videoband van vorig jaar zat te kijken. De troonrede heb ik maar niet meer gekeken, maar op dezelfde videoband opgenomen voor het geval ik binnenkort moeite heb de slaap te vatten.

Prinsjesdag, een instituut met jaarlijkse herhalende grote politieke vragen. Wie worden er twee tientjes gekort, wie krijgen er twee tientjes bij? Zou het hoedje van Erica Terpstra dit jaar wéér zo afkleden? En: Komt na het zuur nu eindelijk het zoet? Wie zal het zeggen? Smaken verschillen nu eenmaal dus traditiegetrouw was Agnes Kant verbitterd over de begroting en had Femke Halsema het nog nooit zo zout gegeten. Op de borrel was iedereen weer vriendjes en om met Gert-Jan Dröge te spreken: het bleef nog lang onrustig in de Haagse kaasstolp.

Maar nu niet flauw doen, de politiek bestaat bij gratie van protserige symboliek en gespeelde verontwaardiging. Wouter Bos meldde met enige opwinding dat de staatsschuld terugloopt naar een historisch uniek laag niveau. Zijn letterlijke woorden: ‘Dat is goed nieuws voor de belasting- betaler, het is goed nieuws voor ons allemaal!’ Hij kondigde net niet aan dat er vanaf morgen Oranje limonade uit de Haagse fonteinen zou spuiten. Het deed me denken aan de beroemde zin waarmee George Bush Sr. de presidentsverkiezingen van 1988 won: 'Read my lips: no new taxes'. Prompt na de verkiezingen werd hij gedwongen de belastingen toch gewoon te verhogen. Dat herinnert mij, heb ik diezelfde Wouter Bos als lijsttrekker niet iets over het vergoeden van kinderopvang horen zeggen?

Terug naar de rijksbegroting, wie heeft hem wel eens doorgelezen? Handen alstublieft. U mag uw hand weer omlaag doen als u er plezier aan hebt beleefd. Wie hem nu nog fier in de lucht steekt is een politieke perverseling of heet Ferry Mingele, wat min of meer op hetzelfde neerkomt.

Nee, geen mens leest het ding natuurlijk. En dat begrijpt het kabinet ook wel, dus kun je nu op de website www.prinsjesdag2008.nl de hapklare multimedia versie van de begroting ervaren. Ter omlijsting van het geheel zijn er olijke filmpjes te zien van het koffertje van minister Bos, die met de manchetknopen van zijn jacquet loopt te hannesen. Verder MBO-ers die voor een leer-werk traject een jurk ontwerpen voor staatsecretaris Van Bijsterveldt. Die heeft blijkbaar nog alle vertrouwen in het onderwijs. En als laatste – geen grap! – een item over minister Vogelaar en kleurige comfortabele straatbanken. Wel lef dat die nog zich nog voor een camera durft te vertonen! Al met al echte CvdA filmpjes (CvdA: een contaminatie van CDA en PvdA, omdat het verschil toch niet meer te maken is; © 2008 Peter Kasbergen). Ik mistte nog even de ChristenUnie, maar aan het niet selecteren van embryo's op erfelijke vormen van kanker valt filmisch gezien ook weinig eer te behalen.

Óók op Prinsjesdag.nl een aantal interviews met bekende Nederlanders over hoe zij Prinsjesdag beleven. “Ik zou vooral het accent willen leggen op de dingen die goed gaan”, zegt Jochem van Gelder, die tegenwoordig blijkbaar bijschnabbelt als spindocter voor JP de MP. Jan Slagter van omroep Max signaleert een alarmerende trend: “Wat onherroepelijk op ons afkomt is de vergrijzing.”Wat een scherpe blik zeg! Nu al rekruteren voor Balkenende V!

Burgers kunnen op de website bekijken wat de rijksbegroting voor hen betekent in hun hoedanigheid als: Ondernemers; Boeren en tuinders; Leraren; Ouderen; Chronisch zieken en gehandicapten; Automobilisten en ov-reizigers; Inburgeraars en migranten; Consumenten; Woningzoekenden en huurders en Verpleegkundigen en artsen. Je kan ook je eigen overzicht maken. Voor studenten, arbeidsongeschikten en andere vogelvrije burgers is er gelukkig de restcategorie ‘Iedereen in Nederland’.

Maar de heikele vraag dringt zich op: wie schitterden weer door afwezigheid in het zojuist genoemde rijtje? Inderdaad, de Marokkaanse probleemjongeren, die waarschijnlijk denken dat we met Princjesdag de 50ste verjaardag van een voormalig popidool vieren. Wat een pech voor het kabinet! Het had zo’n een mooi fiscaal feestje kunnen worden. Maar ome Wilders stal met zijn tirade tegen de Marokkanen ten eerste weer de show en ten tweede een heleboel stemmen. En zie daar, zijn boodschap slaat nog aan ook. Zelfs burgemeester Thom de Graaf van Nijmegen heeft nu een avondklok ingesteld, want zegt hij: 'We hoeven er geen doekjes om te winden. En het wordt tijd dat we benoemen waar het hier om gaat: jongeren van Marokkaanse afkomst die voor enorm veel overlast zorgen'. Net nog las ik op GeenStijl dat zelfs beroepsallochtoon Prem Radhakishun op Wilders wil stemmen. Ik vrees het ergste voor Links Nederland. Jozias van Aartsen sprak ooit na een verkiezingsnederlaag de ware woorden: “de kiezers neemt en de kiezer geeft, soeverein als de zee”. Mijn advies aan Wouter Bos, ga vast eens langs bij Jozias en geniet nog even na van de afgelopen Prinsjesdag. Het zou zomaar eens je laatste kunnen zijn geweest!

maandag 2 juni 2008

Column Mei - Politiek Cafe CDA Leiden

Stop de toenemende arbeidsparticipatie in Nederland!

Er waart een spook door Nederland, het spook van de arbeidsparticipatie. Een tsunami van werkende mensen overspoelt het land! De afgelopen 10 jaar is de arbeidsparticipatie met maar liefst 6 procent gestegen. We hebben het laagste werkloosheidscijfer van de Europese Unie en vorige maand schreef het CBS dat de arbeidsparticipatie van moeders maar blijft stijgen.

De hoofdschuldige van dit leed? De Nederlandse regering die ons keer op keer door middel van slinkse retoriek aan het werk probeert te krijgen. In navolging van het motto van Feyenoord 1 – geen woorden, maar daden – was het motto van Paars 1: werk, werk en nog eens werk. Het motto van Balkenende 2 was: meedoen, meer werk, minder regels. En het motto van Balkenende 4: samen werken, samen leven. Even terzijde, een leuke oefening voor regenachtige middagen: vertaal willekeurig één van deze slogans naar het Duits en zie wat eruit rolt. Bijvoorbeeld: Zusammen arbeiten, zusammen… Afijn, ik hoef de connotatie niet nader toe te lichten.

Ooit heeft radio Veronica het gebruik van het ‘motto’ geïntroduceerd in de Nederlandse taal. Hun rebelse motto was ‘je bent jong en je wilt wat’. En wat wil de jeugd? Juist, de jeugd wil zuipen, roken, neuken, spijbelen en rondhangen. En vooral NIET werken. Maar dat gaat dus veranderen als het aan het huidige kabinet ligt. Jong en oud, iedereen aan de arbeid, want om de vergrijzing te betalen moeten we het magische getal van 80% arbeidsparticipatie halen. En daar wordt álles voor uit de kast getrokken.

Dankzij een duivels pact met de universiteiten wordt de studieduur zo sterk verkort dat je halverwege het VWO al voor eeuwige student worden uitgemaakt. Maar wil je dat lot ontlopen door slim te zijn en voortijdig schoolverlater te worden, dan ben je kansloos op de arbeidsmarkt en dat mag ook niet van de overheid. Logisch dat de GGD laatst ontdekte dat Marokkaanse jongeren van zoveel ambiguïteit in toenemende mate schizofreen worden. Hoop je dan eindelijk rustig je dagen te kunnen slijten in de WaJong, dan wordt je dáár weer uitgebonjourd.
En ook als WAO’er moet je eraan geloven. Gerda Verburg vertelde mij eens dat ze als bestuurslid van de CNV werkgevers adviseerde om hun personeel via de WAO pijnloos te laten ‘afvloeien’. Dat is verleden tijd. Anno 2008 kun je op één been weer gewoon lopen en werken. Sterker nog, ook als je als peuter nog helemaal niet kunt lopen, moet je al aan de slag tegenwoordig. Daar heeft de PvdA nu voor gezorgd door net op het nippertje de kinderopvang effectief de nek om te draaien. Ik ben het pasgeboren zoontje van mijn werkende tante voor de zekerheid vast aan het leren hoe hij beleidsnota’s moet schrijven.

Beleidsnota’s schrijven lijkt me een veilige gok, want bij de rijksoverheid is wel emplooi te vinden. Het massaontslag van overbodige rijksambtenaren dat bij herhaling als verkiezingsslogan van de plank wordt gehaald, is alweer van de baan. Stel je eens voor dat 10.000 raamambtenaren opeens hun economische nut moeten gaan bewijzen! Die gaan dus linea recta de VUT of de WW in.

De nieuwste bedreiging voor de 80% norm zijn ouderen die het in hun hoofd halen om op hun 65ste al te stoppen met werken. Ik zeg: als je met een wandelstok kan lopen, kun je ook de schoffel hanteren. Wat is er mis met lekker op de knietjes onkruid te wieden in het plantsoen? Lekker samen met hangjongeren die een taakstraf hebben van bureau HALT, is nog goed voor de sociale cohesie ook. Enige risico is dat die oudjes toch weer gaan klagen dat ze de hele dag achter de geraniums zitten. Maar geen nood, in de ouderenzorg is er genoeg werkgelegenheid. Meer rollators aan het bed, zullen we maar zeggen. En eerlijk is eerlijk, alleen de echte vitale oudjes mogen dan hun demente leeftijdsgenoten naar de WC toe slepen, want de sterkste schouders moeten wel de zwaarste lasten dragen.

Ach, wat een narigheid staat ons te wachten, en dat allemaal om onze verzorgingsstaat in stand te houden: onze heilige verworvenheid om niet minder dan 25 organisaties in te kunnen zetten om één multi-probleem gezin bezig te houden. Maar we kunnen de tsunami nog afwenden en het tij nog keren. Dan zullen we wel nu in actie moeten komen. Arbeiders aller Nederlanden verenigt u en leg de pennen, muizen en toetsenborden neer! Zegt massaal uw baan op.

Maar wacht, een revolutie is niet meer van deze tijd. Ik weet nog een andere manier om het arbeidsparticipatiecijfer omlaag te krijgen. Een manier die in het verleden zijn nut voor het werkloosheidscijfers dubbel en dwars heeft bewezen. We rekken de definitie van de beroepsbevolking gewoon op van 15 tot 64 jaar naar 0 tot 100 jaar. Minister Donner, aan de slag ermee!

maandag 12 mei 2008

Column April - Politiek Cafe CDA Leiden

Één koekje bij de koffie

Nederland is: één koekje bij de koffie’, sprak prinses Maxima bij de presentatie van het WRR-rapport ‘Identificatie met Nederland’. Daarmee bedoelde ze te zeggen dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat. Dat koekje werd echter een koekje van eigen deeg, want massaal vielen politici over haar en het WRR rapport heen. Het rapport zou niet wetenschappelijk zijn, maar een politiek pamflet. Ik heb het toevallig van kaft tot kaft moeten lezen en vond het zoals het de wetenschap betaamt eerder saai dan spannend; eerder weinigzeggend dan duidelijk stelling innemend.

De constatering dat de Nederlandse identiteit niet bestaat vind ik persoonlijk net zo vanzelfsprekend als de constatering dat Sinterklaas niet bestaat. Maar eerlijk is eerlijk: de heisa omtrent het rapport tekent de politieke lading van het debat over immigratie, integratie en nationale identiteit. Vaak ongehinderd door kennis van zaken heeft iedereen er wel een mening over.

De multiculti’s van linksig Nederland willen het liefst geen koekjes bij de Turkse koffie serveren, maar zoete baklava. Volgens de socialisten is geen mens illegaal. Iedereen is welkom in Nederland, net als iedereen ook welkom is als partijlid van de SP. Dat wil zeggen; mits je aan de partijstandpunten conformeert, anders wordt je eruit geknikkerd. Ironisch.

Rita Verdonk eet blijkbaar graag droge mariakaakjes bij haar Cappuccino, want zij wil dat we weer ouderwets trots zijn op Nederland. Prima hoor, maar op de momenten dat ik mij het meest realiseer dat ik Nederlander ben – gezellig met de andere Nederlanders in Spanje op vakantie – dan voel ik eerder schaamte dan trots.

Buitencategorie is de man achter Fitna, of zoals ik de veredelde powerpoint presentatie noem: de film van Ome Wilders. Ik denk dat Geert bij voorkeur Haagse bakkies pleur drinkt met een kersenbonbon erbij, want in kersenbonbons zit alcohol in en dat mogen moslims niet. Tijdens de koffie overpeinst hij dan of hij alle moslims het land uit wil zetten, de islam af wil schaffen en de koran wil verbieden of toch de koran wil afschaffen, moslims wil verbieden en de islam het land uit wil zetten. Nee, wie denkt dat Wilders voor de makkelijke oplossingen gaat zit er naast.

Over oplossingen gesproken. De rode draad in de kritiek op politici die in het debat appelleren aan nationalistische gevoelens is dat ze alleen maar problemen signaleren en geen concrete oplossingen bieden. Dat lijkt me echter helemaal niet de taak van politici: concrete oplossingen bieden. Sterker nog, alstublieft niet zeg! Ik moet er niet aan denken dat Andre Rouvoet op zondag als ME’er stenen van voetbalhooligans terug moet gaan koppen of Piet-Hein Donner als buurtwerker Marokkaanse jongeren weer op het rechte pad moet brengen - hoe goed MC Piet-Hein ook kan rappen.

Nee, politici die het debat op scherp zetten zijn de noodzakelijke luis in de pels. Als ze afwezig zijn of worden geïsoleerd keren we terug naar de tijd van het doodknuffelen van problemen door de Paarse regering, en dat wil geen mens. Ik denk overigens dat de invloed van de Haagse politiek chronisch wordt overschat. De samenleving trekt zich er niet zoveel van aan en leeft er vrolijk fluitend langsheen, zo blijkt uit de dodelijke stilte na het verschijnen van Fitna.

Ik moet daarom bekennen dat ik ook trots ben op Nederland, dat wil zeggen op het liberalisme van de nuchtere Nederlandse bevolking. Geen land waar zaken als homoseksualiteit, softdrugs, euthanasie en abortus zo openlijk geaccepteerd en bediscussieerd worden. Ik ben trots op het Nederlandse liberalisme waar de Partij voor de Vrijheid net zo goed een stem heeft als GroenLinks.

Maar de echte liberalen vissen in het geschreeuw over integratie en identiteit even achter het net in Nederland. Zo zit ik aan het eind van de dag met Boris van der Ham aan een kop sterrenmix thee en verzuchten we dat we het allemaal ook niet meer weten. Willen we vervolgens een roze Glacé koek uit de trommel halen, dan treffen we die leeg aan. We zien dan nog net Jan-Peter Balkenende met de laatste koeken de hoek om lopen, terwijl we hem horen roepen: ‘Ja jongens, dát is nou de VOC mentaliteit.’

maandag 5 mei 2008

Column Maart - Politiek Cafe CDA Leiden

Het land van koopmannen en dominees…, én shoarmazaken en imams

Recentelijk ben ik gegrepen door het fenomeen ondernemerschap. Wat ik er zo fascinerend aan vind is dat trends in ondernemerschap vaak ontwikkelingen in de gehele maatschappij weerspiegelen. De eerste multinational ooit – de VOC – staat symbool voor de Gouden 17e eeuw. De 19e eeuw is onlosmakelijk verbonden met kleine zelfstandigen zoals de kruidenier en de groenteboer, die in de loop van de 20e eeuw in een moderniseringsslag plaats moesten maken voor de grootwinkelbedrijven. Dat laatste is een duur woord voor buurtsuper.

Onvermijdelijk laat de postmoderne 21e eeuw zich kenmerken door wildgroei aan internetwinkels, reiki-consultants, lifecoaches, legal counsellors, mediators, cosmetische chirurgie klinieken, duurzame ondernemers die van gewone koeienmest stroom maken en innovatieve ondernemers die van gewone stroom groene stroom maken. We leven misschien steeds minder in het land van dominees, maar nog wel degelijk in het land van koopmannen. Ondernemerschap is zelfs een hype geworden las ik op de website van Karien van Gennip. En daar heeft ze gelijk in denk ik. Dit jaar heeft een recordaantal van 100.000 mensen een eigen onderneming opgestart. Dat zijn heel veel lifecoaches.

Geheel in overeenstemming met ondernemerschap als spiegel van de maatschappij is er nog iets gaande. In de hedendaagse geglobaliseerde wereld met bijbehorende migratiestromen neemt allochtoon ondernemerschap in Nederland hand over hand toe. Als paddenstoelen schieten de belwinkels, shoarmazaken en avondwinkels uit de grond. Volgens de stamgasten van café het Rembrandtje verandert Leiden daarmee langzamerhand in de Gazastrook. Hoe dan ook, het is een feit dat allochtoon ondernemerschap de overheid voor nieuwe uitdagingen stelt.

Zo wordt met het verstrekken van microkredieten – jazeker, nu ook in Nederland –geprobeerd allochtoon ondernemerschap duurzaam te stimuleren. Dat wil nog niet erg lukken. De raad voor microkrediet met prinses Maxima aan het hoofd voorspelt 10.000 aanvragen per jaar, maar vooralsnog ontvangen slechts 200 mensen in Nederland een microkrediet. Allochtonen lenen liever geld van familie en vrienden. Hoewel ik zelf geen allochtoon ben (althans niet volgens de CBS definitie), ontvang ik intussen ook een microkrediet.

Allochtoon ondernemerschap heeft enigszins een imagoprobleem. Het heeft nog steeds vaak iets schimmigs en bevindt zich in de informele economie buiten bereik van formele wet- en regelgeving voor bijvoorbeeld voedselveiligheid. Ik denk dat de oorzaak daarvoor is dat ondernemen in Nederland nog te ingewikkeld is. Er zijn twee dingen die kunnen worden verbeterd.

Enerzijds pleit ik voor nog meer administratieve lastenverlichting; het afhandelen van de papierhandel die bij het starten van een onderneming komt kijken kost simpelweg teveel tijd en geld en is te moeilijk. Zo moeten horecaondernemers volgens de wet BIBOB aantonen dat ze geen criminele achtergrond hebben, maar desgevraagd lukte het zelfs Tweede Kamerleden niet het bijbehorende formulier in te vullen. Gesteld dat de Kamerleden geen criminele achtergrond hebben, is het BIBOB-formulier dus onnodig ingewikkeld.

Aan de andere kant kan de begeleiding aan sommige ondernemers een stuk beter. Ik interviewde eens iemand van IPAL (overheidscommissie voor administratieve lastenverlichting), die vertelde dat de Voedsel Waren Autoriteit bij zijn lokale pizzabakker langs was geweest. De pizzabakker beschikte over geen enkele vergunning en werd gesommeerd die aan te vragen. Na veel pijn en moeite had de pizzabakker de formulieren ingevuld en enige tijd later kreeg hij bericht van de VWA. Trots dat hij nu over de verplichte vergunningen beschikte hing de pizzabakker de brief aan de muur. Toen de man van IPAL weer eens een pizza kwam afhalen zag hij dat de pizzabakker de afwijzing voor de vergunning had ingelijst. Met een klein beetje begeleiding was dat nooit gebeurd.

Nu moet ik me niet schuldig maken aan Pavlov-reactie van ondernemers om af te geven op de overheid en politiek. Ik heb zelfs wel eens ondernemers horen beweren dat het ministerie van Economische Zaken morgen kan worden opgeheven, omdat het toch alleen maar in de weg staat. Hoewel dat lichtelijk overdreven is, tekent het wel de gespannen verhouding tussen overheid en bedrijfsleven. Ondernemers moeten doen waar ze goed in zijn, en dat is ondernemen en niet het invullen van formulieren.
Kijken we met een nuchtere blik naar de toekomst dan wordt dit land het land van de dominees, koopmannen, shoarmazaken en imams. Dat is het nu eigenlijk al. Als we nu de juiste actie ondernemen blijft ondernemerschap geen hype maar wordt het een duurzaam en structureel fenomeen. Mijn vermoeden is dat allochtoon ondernemerschap dan een bloeiend nieuw onderdeel wordt in de moderne multiculturele samenleving. Als u trouwens nog een goed idee heeft: de microkredieten liggen voor het oprapen. Met de complimenten van prinses Maxima.

maandag 21 april 2008

Column Februari - Politiek Cafe CDA Leiden

Luis in de pels of Fabeltjeskrant? - Een column over media en de politiek

Omdat ik niet lijfelijk aanwezig kon zijn bij het Politiek Cafe van CDA Leiden van februari heb ik deze column ingesproken en voorzien van enkele audiofragmenten (in de tekst is aangegeven waar ze zich bevinden). Binnenkort zal ik hier een link plaatsen naar het audiobestand om de column te beluisteren.

‘Het grote, blonde beest’, zo noemde Gerrit Zalm haar ooit. Pim Fortuyn riep haar toe: 'Ga toch koken' [audiofragment ‘ga toch koken’] Als journaliste Wouke van Scherrenburg de gemoederen van politici zodanig bezighoudt, kun je jezelf afvragen of de rollen hier zijn omgedraaid. Zijn de media heden ten dage nog luis in de pels of zijn ze te dominant over de politiek? Zijn naast de drie traditionele machten niet de ambtenaren en ook niet de lobbyisten, maar de media de nieuwe vierde macht? En: beschouwt Mark Rutte daarom nieuwslezer Sacha de Boer als zijn droomvrouw?

Dit zijn allen belangrijke vragen die niet lichtzinnig moeten worden opgevat. Partijleiders, houd uw fractieleden thuis. Wees toch bedacht op die verdraaide media! Ze manipuleren geheid hun berichtgeving: bewust dan wel onbewust. En laat dát nu net géén nieuws zijn. Al in het klassieke Athene waren publieke figuren doelwit van de voorloper van de massamedia: het theater. De filosoof Socrates werd door Aristophanes in diens toneelstuk ‘De Wolken’ reeds valselijk neergezet als een goddeloze sofist, die voor veel geld de jeugd retorische trucjes bijbracht. Hoewel het ogenschijnlijk een onschuldige parodie betrof, zou Socrates jaren later wel voor dezelfde aanklacht ter dood veroordeeld worden. Dat was Socrates met fatsoenlijke mediatraining en een goede spin doctor natuurlijk nooit gebeurd. ‘Ik weet dat ik niets weet’, kom daar als minister maar eens mee aan bij het Acht Uur Journaal. Toch blijkt dat bij nader inzien vaak de strekking van een politieke soundbite. [Audiofragment Rita Verdonk]

Waren de ‘oude’ media – krant en radio – al vervelend voor politici, de nieuwe media televisie en internet leggen helemaal alles genadeloos bloot. Legendarisch was het eerste tv-debat tussen Amerikaanse presidentskandidaten Kennedy en Nixon in 1960. Luisteraars via de radio vonden de ongeschoren en hevig zwetende maar inhoudelijk sterke Richard Nixon de winnaar, maar tv-kijkers prefereerden de charismatische John F. Kennedy, die vervolgens de verkiezingen won. Onder druk van de moordende concurrentie is berichtgeving op de Amerikaanse 24-uurs nieuwskanalen intussen verworden tot lasterlijke sensatiezucht. Hun lijfspreuk? ‘If it bleeds, it leads’. [audiofragment VS newschannel: 'obama is a cigarette smoker'] Zover is het bij ons nog niet, alhoewel sommige websites niet meer berichten over hetgeen politici in de mond nemen, tenzij het een seksuele handeling betreft. Ik ben het met u eens: werkelijk Geenstijl.

Zijn de media niet doorgeslagen en verworden tot een soort Fabeltjeskrant? Zijn wij genoodzaakt bij alle berichtgeving te vragen: [audiofragment ‘echt waar’ uit fabeltjeskrant] In de Verenigde Staten haast wel zou ik zeggen, met zijn soms sterk gekleurde media in de handen van bedrijven met grote politieke belangen. Zo heeft de conservatieve zender Fox News als slogan ‘Fair and Balanced’. Ammehoela! Talkshow host Bill ‘O Reilly zet gewoon de microfoon uit als het commentaar van een gast hem niet bevalt. Het gevleugelde gezegde mag dan luiden ‘There is no such thing as bad publicity, as long as they spell your name right.’ Vertel dat maar aan Hillary Clinton die in de media al is afgeserveerd, terwijl ze slechts een minimale achterstand heeft op Barack Obama.

De hamvraag is: wat doe je er aan? Helemaal niets vrees ik, verzetten is zinloos en wie niet mee gaat in de vaart der volkeren is enerzijds nostalgisch en anderzijds een kansloos politicus. Want het mes snijdt aan twee kanten. Politici hebben de media hard nodig, de tijd van zeepkistjes in Hyde Park is voorbij. Zonder tv-debat geen verkiezingswinst, vraagt u maar aan Alexander Pechtold. Het is wel een stormachtig huwelijk: zeg maar gerust een haat-liefde verhouding. Hoe vaak hoor ik politici niet klagen dat de media hun boodschap verkeerd hebben weergegeven. Hoe vaak hoor ik de media vervolgens niet verzuchten dat ‘zij het zeker weer gedaan hebben’. Gelukkig kunnen zij deze zich eeuwig herhalende komedie op de vrijdagmiddagborrel bijleggen met een pilsje of twee in Café de Nieuwspoort.

In tegenstelling tot de Verenigde Staten kan ik me in Nederland nauwelijks aan de media storen. Laten we blij zijn dat we vrijheid van meningsuiting hebben en geen enkele vorm van censuur kennen. De vermeende politiek gekleurde berichtgeving van bijvoorbeeld de Volkskrant of de Telegraaf neem ik voor lief aan en middelt over het geheel genomen wel uit. Elke avond weer val ik met een gerust hart in slaap met op de achtergrond: [audiofragment ‘met het oog op morgen’] Kijk, zo hoor ik het graag, de Nederlandse media niet als vierde macht en ook niet als de Fabeltjeskrant, maar nog gewoon ouderwets omgeven door een spruitjeslucht!

dinsdag 29 januari 2008

Column Januari - Politiek Cafe CDA Leiden

Goeiemoggel scholiepen, fleg de bloeken moar vuer je neup

Quizvraag; van welke politicus is het volgende citaat? 'Wat ik vooral wil is investeren in kleinere scholen. Geen grote fabrieken meer waar kinderen een nummer zijn. Leraren moeten weer juf en meester heten en niet Truus en Peter. Leraren moeten ook beter opgeleid worden. Kijk wat er van de pabo komt. Als je het hebt over de wortel van 49, denken ze dat het gaat om een aanbieding bij de groenteboer.' Het goede antwoord is Geert Wilders, maar ik reken elk antwoord goed, want klagen over het onderwijs lijkt wel net zo Nederlands als klagen over het weer. Iedereen heeft er een mening over, bij allebei is het nooit goed en beide zijn even veranderlijk.

Ja, beste mensen, er wordt wat gezegd en geschreven over het onderwijs. Altijd al trouwens. Rond 1900 werd er al gesproken over de ‘chaotische toestand’ in het voortgezet onderwijs. We kunnen dus wel stellen dat de geschiedenis zichzelf herhaalt. Sinds de onderwijswet van 1863 was het onderwijs ingericht naar de toenmalige klassenmaatschappij en dat was weliswaar overzichtelijk, maar ook onwenselijk. Ik denk even aan de hedendaagse zwarte en witte scholen en zeg opnieuw: de geschiedenis herhaalt zichzelf.

Door de schoolstrijd werd onderwijs lange tijd een te gevoelig onderwerp voor de overheid, om mee aan de slag te gaan. Daarna kwam de Tweede Wereldoorlog ertussen, maar met de Mammoetwet in 1968 ging het balletje dan eindelijk rollen. De Mammoetwet overigens die aan zijn naam kwam omdat ARP’er Anton Roosjen erover in de kamer zei "laat die mammoet maar in een sprookjeswereld voortbestaan". Over de waarheidsclaim van díe uitspraak verschillen de meningen tot vandaag de dag.

Als onderdeel van de Mammoetwet werd de brugklas geïntroduceerd, om het moment van definitieve schoolkeuze uit te stellen en zodoende de invloed van opvoeding en sociaal milieu af te zwakken. In 1993 was daar de basisvorming als ultieme kunstgreep om de boel volledig gelijk te trekken. Een medestudente vertelde mij dat ze als gevolg van de basisvorming op het VWO leerde dat je de kraan uit moet doen terwijl je je tanden poetst. Over dergelijk maakbaarheidsdenken schrijft het historisch nieuwsblad: ‘Mammoetwet en basisvorming doorbraken het standenonderwijs, maar dat ging wel ten koste van het niveau.’ Als het historisch nieuwsblad zoiets schrijft, dan moeten wij dat stilzwijgend beamen.

Maar wacht, de kroonjuwelen van O, C en W moesten nog komen. Voorheen konden leerlingen hun eindexamenvakkenpakket grotendeels zelf samenstellen waardoor er teveel zogenoemde pretpakketten werden gekozen. Dat waren pakketten van talen met geschiedenis en aardrijkskunde. Dankzij de Tweede Fase moeten leerlingen een vakkenprofiel kiezen met als gevolg dat de helft van mijn klasgenoten het profiel cultuur en maatschappij koos. Direct kreeg dat profiel een bijnaam: het pretpakket.

Het bij de tweede fase horende studiehuis gaf leerlingen alle vrijheid waardoor mijn docenten die schitterend konden vertellen, voortaan moest gaan zitten wachten tot leerlingen met vragen naar hen toekwamen. Een lumineus plan met een klas van 30 pubers. Ik kan me van die lessen niet veel meer herinneren behalve dat er één jongen in mijn klas zulk vies en vettig haar had, dat propjes die je naar zijn hoofd gooide in zijn haar bleven hangen. Let wel, ik heb het over het Gristelijk Gymnasium in Utrecht, volgens de Elsevier de 4e beste school van Nederland. Ik moet er niet aan denken hoe het er in de Bijlmer of Schilderswijk aan toe gaat.

Ook onderdeel van de Tweede Fase was de verbouwing van onze bibliotheek naar een mediatheek inclusief een mediathecaris: Jurrien. Wij maakten er een sport van blaadjes uit te printen met ‘Jurrien is gek’ erop en die vervolgens met een strak gezicht bij Jurrien af te rekenen, die de blaadjes uit de printer moest halen. Van het nieuwe leren mag ik me helaas geen ervaringsdeskundige noemen, maar de kwalificatie ‘zoek-het-maar-uit-school’ is niet veelbelovend.

Het SCP stelde in het Sociaal Cultureel Rapport van 2004 dat zowel de opvattingen over goed onderwijs, als het onderwijsbeleid “nogal vaak en snel” veranderen. Mooi uitgedrukt. Die veranderingen laten leraren, leerlingen en beleidsmakers in staat van verwarring achter, hetgeen komische taferelen oplevert. Zo zegt minister Van der Hoeven in het NOS journaal in oktober 2004: "Ik wil het woord basisvorming niet meer horen", terwijl haar ministerie enige maanden later op de website schrijft: "De term 'basisvorming' kan nog steeds gebruikt worden." Omdat het woord 'basisvorming' een te beladen term is geworden schijnt er nu gesproken te worden over de 'nieuwe onderbouw'. Alsof het woord ‘basisvorming’ een foute politieke opvatting betreft.

Nu denkt u misschien dat ik het onderwijsbeleid maar niks vind, maar dan heb ik u mooi op het verkeerde been gezet. Klagen over het onderwijs is blijkbaar iets endemisch voor Nederland en daar doe ik gewoon klakkeloos aan mee. Uiteindelijk moet het toch van leerlingen en studenten komen, en daar mag wel wat meer inzet van worden verwacht. Helaas hebben heel veel mensen gewoon niet zoveel zin hebben om naar school te gaan. Albert Einstein blijkbaar ook niet, getuige zijn woorden ‘It is a miracle that curiosity survives formal education’. Wat me trouwens zorgen baart, is dat veel Tweede Kamerleden met hun gemiddelde leeftijd van 45 jaar het product zijn van de Mammoetwet, en sommige zelfs al van de basisvorming en het studiehuis. Onderwijsbeleid with a vengeance. Als dat maar goed gaat!

Welja, misschien is het goed als politici en beleidsmakers voor de verandering gewoon eens een tijdje op hun handen gaan zitten, en afwachten wat er gebeurt. Daarbij stel ik voor dat de voorgenomen invoering van een maatschappelijke stage voor leerlingen gepaard gaat met een maatschappelijke stage voor alle politici. Meer specifiek een weekje voor de klas staan in een probleemwijk, pardon: prachtwijk, excuus: krachtwijk. En neem Sywert van Lienden dan alsjeblieft mee om hem in volzinnen uit te laten leggen dat het ergste dat je als scholier kan overkomen is, dat je elke week 1 uur extra verplicht in de mediatheek moet zitten. Mijn oprechte medeleven gaat uit naar alle mediathecarissen in dit land.

vrijdag 4 januari 2008

Column November - Politiek Cafe CDA Leiden

De seksualisering van de politiek

'Ik ben domp, lomp en famous. Bitches zitten aan mijn penis.’ Zo luidt het refrein van de nieuwste hit van de Nederlandse hip hop groep The Opposites. Extince, een van de eerste Nederlandstalige rappers, rapte enkele jaren geleden nog: ‘Ik ben het levende bewijs dat de jeugd deugt.’ Welnu, laat het duidelijk zijn, de jeugd deugt niet meer en de muziek waar ze naar luisteren nog minder. Het staat in schril contrast met de rebellen van de jaren ‘60. Kent u ze nog? ‘Can’t buy me love’, ‘ She loves me’ en ‘I wanna hold your hand’. Juist ja, The Beatles. Nu niet meer voor te stellen, maar volgens vele ouders indertijd was Beatles een vies woord equivalent aan een zeer dubieuze moraal. De tijden zijn veranderd.

Even terug naar die eerste twee zinnen. Ik vind het rake zinnen, omdat alles wat op dit moment mis is met de jeugd erin zit. Laten we ze even ontleden. Wat hier gelezen kan worden is dat het in de moderne jeugdcultuur loont om dom en lomp te zijn, maar wel – of misschien wel daaróm juist – beroemd. De gevolgen daarvan laten niets aan de verbeelding over. Seks voor een Breezer®. Orgies in Rotterdamse garageboxen. Pornoparties, lollypop-parties en rainbow-parties. Als u niet weet wat die laatste twee zijn of wat er op dat soort feesten gebeurt: houden zo. Zodra u er namelijk achter bent, garandeer ik dat u uw dochter haar gehele puberteit op haar kamer zult opsluiten uit angst dat ze op zo’n feestelijk samenzijn belandt. Voeg bij deze ontwikkelingen videoclips met halfontblote vrouwen, een paar pikante reclameposters en een enkel tv-programma over spuiten en slikken en dan heet dat alles tezamen de seksualisering van de samenleving te zijn. U denkt misschien: ach niets op tegen, gaat z’n gangetje wel, iedereen is jong geweest. Maar dat denkt u verkeerd. Volgens minister Plasterk hebben we een probleem. Een groot probleem.

Vermoedelijk aangemoedigd door de ChristenUnie maakt minister Plasterk zich zorgen over die seksualisering van de samenleving. Akkoord, maar aangezien de politiek een representatie van de samenleving is, wil ik het graag even hebben over de seksualisering van de politiek. Ja, wie kaatst kan de bal terug verwachten. Iedereen weet dat macht aantrekkelijk is. Zou het daarom zijn dat politiek, macht en seks zo sterk met elkaar verweven zijn? Uit het buitenland kennen we John F. Kennedy die onder andere een affaire had met pin-up girl Marilyn Monroe, zijn ex-collega Bill ‘I did not have sex with that woman’ Clinton en de Franse staatsmannen Jacques Chirac en François Mitterand die naar verluid elke avond naar een andere maîtresse werden gereden. Joie de vivre zullen we dat maar noemen. Binnenlands kunnen we er ook wat van. Wat betreft Rob Oudkerk volstaat het noemen van zijn naam. Dan is er nog Harry van Bommel, waarvan we onlangs op de voorpagina van de Telegraaf mochten lezen dat hij echtelijke trouw ruim opvat en gaten in zijn onderbroek heeft, Ruud Lubbers alias De Haagsche Matras en uiteraard Pim Fortuyn, die op de radio liet weten dat hij in darkrooms seks had met minderjarige jongens. Et cetera, et cetera. Gek is dat, maar het rijtje afgaand lijkt ook voor politici te gelden dat hoe beroemder ze zijn, hoe meer ze … Afijn, u begrijpt wat ik bedoel.

Voor wie de smaak te pakken heeft en meer wil weten: een minimale zoektocht op internet deed mij belanden bij een bespreking van het Franse boek ‘Sexus Politicus’ over de sterke verwevenheid van seks en politiek in Parijs, teruggaand tot het 18e eeuwse Koninklijk hof. Een aanrader. Voor wie echt alle inside information wil weten over de escapades van politiek Den Haag moet even bij het anoniem commentaar kijken dat onder de betreffende boekbespreking staat op de website frontaalnaakt.nl. Ironisch genoeg schrijft Lousewies van der Laan op die website: ‘Complimenten voor Frontaal Naakt.nl. Scherpe confrontatie, zelfs als die soms over grenzen van smaak heen gaat, is een essentieel onderdeel van een gezonde democratie.’ Ironisch, omdat ik toevallig wat verhalen over mevrouw van der Laan ken, verhalen waarover je gerust kan stellen dat ze soms ook over grenzen van smaak heen gaan.

Toegegeven, het is allemaal geen seks voor een Breezer® of een Lollypop-party. Het zijn wat verhevener vormen van seks. Bovendien gepraktiseerd door intellectuelen en hoge heren en dames en dus wordt het met de mantel der liefde bedekt. Laat duidelijk zijn, het is niet mijn bedoeling met modder te gooien. Ik laat een oordeel aan het publiek. Misschien heeft Lousewies van der Laan wel gelijk en moet je soms over grenzen heen gaan in een democratie. Maar wees dan consistent. Heren en dames politici: een betere seksuele moraal begint bij jezelf. Wilt u de samenleving veranderen, houdt uzelf dan eerst een spiegel voor.

Als wetenschapper hoort minister Plasterk te weten dat de ontwikkelingen die hij wil duiden vaak anders liggen dan op het eerste gezicht. Daar bovenop komt de vraag of je als overheid aan dergelijke bewegingen iets kunt sturen. Dat is alleen al een praktisch argument om af te zien van zijn plannen. Aan het begin van de twintigste eeuw probeerde men in Engeland arbeiders van de drank af te krijgen. Ongetwijfeld goedbedoeld, maar het resultaat was nihil. Laat dat een precedent zijn. Als je toch seksueel gedrag wil sturen, begin dan met de echt grote problemen zoals het terugdringen van HIV/AIDS. In het zojuist genoemde rijtje ontbraken ten onrechte enkele Afrikaanse politici. Ik denk dat in dat continent op gebied van de seksuele moraal nog een hoop meer te winnen valt.

En wat betreft die Beatles. Uit een recente documentaire blijkt dat zij al spoedig na oprichting onder de invloed van vele soorten verdovende middelen veelvuldig stripclubs en bordelen bezochten. Laat het duidelijk zijn, als de samenleving zijn onschuld heeft verloren, dan is dat zeker niet vandaag of gisteren gebeurd. Ik vraag me af of Ronald Plasterk hem trouwens al heeft geluisterd: ‘Dom, lomp en famous’. Verder namelijk best een lekker nummertje.

maandag 24 december 2007

Column September - Politiek Cafe CDA Leiden

Politici en logica: ongemakkelijke partners

Politiek en logica zijn nooit vrienden van elkaar geweest. Ongemakkelijke partners zogezegd. Dat het een goed huwelijk zou moeten zijn is academisch en modernistisch, toegegeven. Ik ben me er volledig van bewust dat de waarheid altijd in het midden ligt en politiek – en dan vooral het politieke debat – een retorisch spel is. Maar laat ik voordat ik verder praat een paar voorbeelden noemen om te verduidelijken wat ik bedoel:

Meestal gaat het tarten van de logica op subtiele wijze. Zoals staatsecretaris mevr. Ross- van Dorp die de kamer meedeelde dat het haar ‘ persoonlijk verantwoordelijk mocht stellen’ voor het wegwerken van de wachtlijsten. Vriendelijk bedankt dat dat mag, dat lijkt me toch gewoon de functie van de Kamer. Bovendien, bij mijn weten wordt nooit de persoon maar het instituut minister verantwoordelijk gesteld voor gevoerd beleid.

Of dan haar collega Hoogervorst die zei na invoering van het nieuwe ziektekostenstelsel: ‘Ik zal mijn verantwoordelijkheid nemen voor het gevoerde beleid’. Gek eigenlijk, want die verantwoordelijkheid kun je niet nemen, die heb je als minister altijd al, van begin tot eind. Daar valt niets aan te nemen of geven.
Dan zijn er nog de makkelijkere prooien. Één ervan is natuurlijk George W. Bush, die tijdens de presentatie van het nieuwe Amerikaanse defensiebudget in 2006 zei: ‘The terrorists will not stop thinking about new ways to harm our country, and neither will we.’ Toegegeven een Bushism, maar opvallend was dat niemand ook maar met zijn ogen knipperde toen hij dit zei.

Jacques Tichelaar – sowieso een goede als het gaat om onmogelijke redeneringen: een soort Nederlandse George Bush – reageerde in een debat op kritiek dat de PVDA als regeringsdeelnemer geen onderzoek meer behoefde naar de oorlog in Irak. Hij zei het volgende:’ Mijnheer de voorzitter, ik heb reeds gezegd dat de PVDA geen onderzoek naar de Irak oorlog meer zal uitvoeren, gewoon omdat we dat hebben afgesproken. Ik weet dat dat geen argument is, maar u vraagt mij om argumenten, dus dan kan u ze krijgen ook.’

Ik had geen tijd om meer voorbeelden te verzamelen, maar u kent er zelf ongetwijfeld nog legio. Al deze politici zullen zo hun redenen hebben voor deze uitspraken, waar ik niet mee weg kom in een tweedejaars werkgroep filosofie, maar het is wat mij betreft exemplarisch voor de manier waarop politici taal gebruiken: op een lichtzinnige manier. En misschien wel verontrustender vind ik het gemak waarmee ze dit doen.

Ik maak me geen illusies en vier jaar politicologie studeren hebben me zeg maar gerust wat cynisch gemaakt: politiek gaat om zetelwinst. Simplisme en het daarbij behorende taalgebruik is de snelste manier om dat te bereiken. Toch steekt het af en toe, de manier waarop politici taal gebruiken – of liever gezegd misbruiken – en een soort werkelijkheid creëren waarover zich men buiten het binnenhof vaak in verwarring achter de oren moet krabben.

Paradoxaal genoeg begrijpt jan de burgerman van al die formuleringen ook niets. Om het verschil in begripsniveau te illustreren: een bevriende gemeenteambtenaar kreeg laatst van een echte Hagenees de volgende reactie op zijn plannen: ‘Luister es. Ik lees hier dat ze een topsportlocatie willen bouwen in het Zuiderpark. Dan denk ik bij m’n eige: is een gewone Haagse jongen ook nog welkom is in het zuiderpark, of mot die soms ook aan topsport doen.’ Een fraai staaltje volkswijsheid maar nu ik er over nadenk verschilt deze logica niet erg van sommige genoemde voorbeelden.

Ik kan ronduit zeggen dat ik gruwel van de term kloof tussen politiek en burger. Het is een nietszeggende term. Ik weet niet of die kloof er is, en ook niet of het slecht dat het hij er is, als hij er blijkt te zijn. Ik weet alleen dat er in Nederland weinig bergen zijn, laat staan kloven waar je in kan vallen. Laten we wel wezen: het zal 90% van de bevolking niet uitmaken op welke manier politici de logica tarten, als ze weten wie de lijsttrekker is van de grootste partij op dat moment is het al heel wat. Voor de zogenaamde ‘kwaliteit’ van de democratie zal het dus niet veel verschil maken wat politici zeggen.

Die 10% die dan nog rest, waaronder ik mijzelf dan maar schaar, maakt zich vooral bezorgd over de vraag of het dan in algemene zin zo is dat Anything goes in de politiek. Soms zit het mee, soms zit het tegen. Om het bijvoorbeeld te betrekken op het vraagstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid haal ik Ed van Thijn erbij, die verzucht in zijn boekje de sorry-democratie: ‘Het feit dat er geen formele regels zijn voor het beoordelen van ministeriële verantwoordelijkheid, betekent toch niet dat er geen algemene criteria te formuleren zijn voor het wegsturen van ministers’ Helaas voor meneer van Thijn. Wederom te modernistisch gedacht. Keer op keer blijkt dit niet zo te zijn. Gerrit Braks – een zwaargewicht en jullie waarschijnlijk welbekend – moest eens aftreden omdat ik citeer volgens kamerleden ‘zijn strippenkaart op was’. Daar hielp geen rapport meer aan, argumenten waren zinloos. Braks hield de eer aan zichzelf.

Mevrouw Verdonk voegt nog een nieuwe dimensie toe aan de strijd met de logica. Zij zei ooit haar verantwoordelijkheid te nemen niet door af te treden, maar door op te treden. Daarmee heeft ze bereikt wat logici nimmer is gelukt, ze heeft het non-contradictieprincipe doorbroken: als A is A, dan kan ook niet-A A zijn. Het blijkt dat aftreden en optreden gelijktijdig identiek zijn aan verantwoordelijkheid nemen. De bedenker van dit principe Leibniz draait zich om zijn graf.

Vorige week hoorde ik Gerd Leers op tv zeggen dat Geert Wilders met zijn teksten niet eens meer een poging doet te refereren aan de waarheid. Daar zou hij wel eens gelijk in kunnen hebben. In dat geval zou politiek niet alleen een loopje nemen met de logica, maar zelfs verworden zijn tot iets wat de filosoof Wittgenstein een ‘language game’ – in goed Nederlands een taalspel – noemt. Werkelijkheid en taal staan volgens hem volledig los van elkaar en kunnen ook willekeurig gebruikt worden.

Een fascinerend voorbeeld van Wittgenstein wil ik u in dit verband niet onthouden. Twee mannen voeren op een hotelkamer een gesprek. In de kamer boven hen speelt een pianospeler Chopin, in de kamer beneden hen staat een man met een drilboor te drillen. De ene man zegt: ‘Ik zou willen dat die herrie ophoudt’, waarop de andere man naar beneden loopt om de drilboor te laten ophouden. Als hij terugkomt vraagt de man: Wat heb je gedaan? Ik bedoelde de pianospeler.

Concluderend: politiek en meer specifiek het politieke debat is per definitie een kwestie van retorica met al zijn eigenaardigheden. Ik zou echter willen dat dit niet hoeft te betekenen dat een loopje wordt genomen met de logica.

Maar waar heb ik het over: Socrates klaagde vele eeuwen geleden al over de Sofisten die iedereen die er maar voor wilde betalen trucjes leerde om recht te praten wat logisch gezien krom was. En zo kan het gebeuren dat aan het eind van elke dag politici en de logica na een langdurige ruzie naast elkaar in bed gaan liggen en zich uitgeput naar de eigen kant van het bed rollen, intussen verzuchtend: ach, je begrijpt me gewoon niet.