Ik weet dat ik niets zeker weet
Een betoog over twijfel en onzekerheid.
Het enige zekere in het leven, is de dood. In tegenstelling tot vele andere, bergt deze volkswijsheid wél een absolute waarheid in zich. Het leven bestaat alleen bij gratie van de dood. Stel het leven maar eens voor zonder de dood, het zal u moeilijk vallen. Andersom geredeneerd: zo lang u zich de dood nog kunt voorstellen, kunt u er vrij zeker van zijn dat u nog leeft. Ik vind dat geen vervelende gedachte. Aangezien het leven elk moment afgelopen kan zijn wil ik in de tijd die me nog rest zoveel mogelijk presteren, zoals proberen de Banningprijs te winnen.
Er zijn mensen die meer moeite hebben met de totale afwezigheid van zekerheden in het leven. Zij bekeren zich bijvoorbeeld tot een religie. Religie als échte overtuiging kan alleen bestaan als het bestaan van een God/god boven elke twijfel verheven is. Iemand is niet streng gereformeerd, simpelweg omdat je nooit weet of je anders misschien wel in het vagevuur terechtkomt. Toegegeven, er zijn tegenwoordig in Nederland mensen die wel geloven dat er ‘iets’ is, maar niet weten wat dat ‘iets’ dan precies is. Ze kampen nog met de postmoderne naweeën van de verzuilde samenleving en besteden veel geld aan yogaklasjes, zelfhulpcursussen en wat dies meer zij. Over geld gesproken, je ziet overal om je heen dat de moderne mens hardnekkig de volkswijsheid over de dood trotserend, probeert zekerheden in zijn leven in te bouwen. In de economie wordt schijnzekerheid verkocht: koop dit product, resultaat gegarandeerd! Maar de markt kan onmogelijk zekerheid verkopen: de veiligheid van de Volvo kan de kans op een ongeluk niet elimineren. Ook vermaak is zeker: bergbeklimmers hoeven niet bang te zijn te vallen, zij zijn gezekerd met een veiligheidskoord. Toch kletteren er elk jaar weer een paar van de Alpen af. De zekerheid heeft ook bezit genomen van het lichaam. We knutselen eraan om verzekerd te zijn van een gelukkige oude dag. Niet alleen met potentieverhogende middelen (wederom: succes verzekerd!), maar ook door plastische chirurgen erin te laten snijden. Nog sterker: we zijn lijf en leden zelf gaan verzekeren. De benen van menig profvoetballer zijn voor miljoenen euro’s verzekerd. Wie niet verzekerd is, kan als verloren worden beschouwd. Michael Moore’s documentaire Sicko over de gezondheidszorg in de Verenigde Staten illustreert dat dit gegeven soms zeer letterlijk genomen dient te worden.
Het zekerheidsdenken dat in het moderne leven is geslopen, is deels het gevolg van de moderne risicomaatschappij zoals door de socioloog Ulrich Beck beschreven. Die maatschappij is georganiseerd om te beantwoorden aan risico’s – die we paradoxaal genoeg deels zelf produceren – en die we tot een minimum proberen te reduceren. Maar voor de dieperliggende oorzaak moeten we terug naar de Verlichting, en in het bijzonder naar de filosoof Descartes. Zijn scepsis dat we over het stoffelijke of lichamelijke, en de zintuiglijke waarneming ervan, radicaal moeten twijfelen heeft ons niet meer los gelaten. In de twintigste eeuw keert die twijfel terug bij de filosoof Putnam die het beroemde brains in a vat gedachte-experiment uitvoert. Zouden wij niet allemaal breinen in vaten kunnen zijn, die zich slechts verbeelden dat ze een lichaam bezitten? Een hardnekkig idee dat ook in de populaire cultuur terugkeert in de vorm van de films over The Matrix.
De dualist Descartes is echter over het mentale niet sceptisch. Integendeel, cogito ergo sum: ik denk dus ik besta. Van mijn gedachten kan ik zeker zijn; mijn autonome geest en wil maakt mij tot de mens die ik ben. Descartes’ rationalisme plaatste de ratio op een voetstuk, waar het sindsdien nooit meer af is getrokken.
Maar we moeten Descartes’ scepsis herzien: ook de denkact is onzeker. Zijn dualisme is achterhaald. Descartes had gelijk dat we niet zeker kunnen zijn van onze waarnemingen: getuigenverklaringen blijken notoir onbetrouwbaar. Van de media moet je het ook niet hebben. Onder andere tonen Joris Luyendijk’s boek Het zijn net mensen en de documentaire Outfoxed (over Fox news) hoe media berichtgeving manipuleren en onjuiste informatie aanleveren. Onze waarneming is op een nog fundamenteler niveau onzeker: de tijd die de hersenen nodig hebben om signalen van de zintuigen te verwerken maakt dat we onoverkomelijk in het verleden leven.
Maar ook het denken en alle producten ervan hebben geen zekerheidswaarde. De psychologie leert ons dat de hersenen voornamelijk worden gestuurd door het oncontroleerbare onbewuste, met een verwerkingscapaciteit die 200.000 keer zo groot is als die van het bewustzijn. De zekerheid die nog in de rationalistische filosofie van Descartes ligt besloten, is ijdele hoop. De uitspraak cogito ergo sum doen, vóóronderstelt denken en is dus zin-loos. Volgens de filosoof Wittgenstein bestaat er geen noodzakelijk verband tussen woorden en hetgeen ze betekenen: ik kan onmogelijk zeker weten dat mijn vrouw de drilboor van mijn buurman en niet mijn pianospel bedoelt, wanneer ze klaagt over de herrie. In Der Frage nach der Technik schrijft de filosoof Heidegger: de moderne techniek en bijbehorende natuurwetenschap hebben tot doel steuerung und sicherung: sturen en zekeren. Lang heeft de natuurwetenschap inderdaad de pretentie gehad zekerheden te bieden. Maar die pretentie – die natuurwetenschappers als Copernicus en Galilei nog wel hadden – is verloren gegaan. In de natuurkunde hebben de absolute wetten van de deterministische Newtoniaanse mechanica plaats gemaakt voor de kwantummechanica, die waarschijnlijkheden berekent. De moderne sociale wetenschap gebruikt de statistische methode; statistiek werkt met waarschijnlijkheidsintervallen. Ten slotte weten we sinds Darwin zelfs dat het bestaan van menselijk leven an sich onzeker is, of sterker nog: puur toeval. De evolutie verloopt niet volgens een plan en heeft geen doel.
Een lichaam en geest die zo feilbaar en onzeker zijn, daar kun je niet op vertrouwen. Daar mag je ook niet op vertrouwen. Toch is de politiek nog steeds een domein waar zekerheid een grote rol speelt: stem op mij, ik verzeker u dat duizend bloemen zullen bloeien. De politiek is het domein van de grote ideeën en ideologieën, van de krachtige retoriek en van de overtuiging. Over al deze zaken hangt een zweem van ‘zeker van je zaak zijn’ – waarvan we hebben gezien dat het misplaatst is. Niet alleen is het misplaatst, in weerwil van het Engelse ‘safe and secure’, is er ook niets veiligs aan politieke zekerheid. In het Engelse woord voor overtuiging – conviction – schuilt nog de negatieve connotatie: in de eerste plaats betekent dat ‘schuldigverklaring’. Politici die zich schuldig bevinden aan overtuiging willen de maatschappij zekeren en beheersen. In combinatie met de juiste machtsmiddelen leidt totale beheersing zonder checks and balances tot dictatuur en totalitarisme. Notoire voorbeelden zijn Nazi Duitsland, Rusland onder Stalin, China onder Mao, Cambodja onder de Rode Khmer, Iran onder Khomeini, Afghanistan onder de Taliban en de talloze militaire junta’s in Zuid-Amerika. Het is duidelijk dat gevaarlijke overtuigingen overal op het politieke links-rechts spectrum voorkomen en in vrijwel elke religie aanwezig zijn.
Onontkoombaar moeten we stellen dat pluralistische democratie enerzijds en één of meerdere politieke facties met vaste overtuigingen anderzijds elkaar slecht verdragen. Dat de democratie in Nederland ten tijde van de verzuiling stand heeft kunnen houden, kan gerust een mirakel worden genoemd. De stabiliteit van de democratie werd gewaarborgd door een elite die had afgesproken tegenstellingen niet (letterlijk) uit te vechten. Niet dankzij, maar ondanks de verschillende (religieus-)politieke facties is Nederland er weer bovenop gekomen. We kunnen de fragiliteit van democratieën niet onderschatten. De recente politieke ontwikkelingen in Rusland zijn een schrijnend voorbeeld van hoe snel een (schijn)democratie kan verworden tot een dictatuur wanneer het democratische proces niet wordt beschermd. Soms zijn daarvoor kunstgrepen nodig: volgens het Burgerlijk Wetboek artikel 2:20 kunnen antidemocratische partijen door de rechter worden verboden. Antidemocratische partijen zijn meestal extremistische partijen die vanuit een gevaarlijk onbetwijfelbare overtuiging handelen.
Onzekerheid van vertegenwoordigers en vertegenwoordigden is een voorwaarde voor democratie. Om het verband tussen democratie en onzekerheid te kunnen begrijpen, moeten we de filosoof J.S. Mill raadplegen. Mill verdedigde het liberalisme waar moderne democratieën op zijn gebouwd, vanuit het argument dat niemand de waarheid in pacht heeft en het belangrijk is om door continue vrije en open discussie bestaande inzichten te herzien. Het is niet toevallig dat Mill zich afzette tegen de onbetwijfelbaarheid van religieuze instituties. De politieke mens zal moeten leren leven met het idee dat zijn ooit rotsvaste overtuigingen, achteraf soms tijdelijke bevliegingen blijken te zijn. Zo zag ik vier jaar geleden op het Rode Plein in Moskou een bejaarde man het communisme prediken. Hij was verworden tot een toeristische attractie.
Mijn betoog moet culmineren in het verdedigen van een levenshouding van twijfel en onzekerheid, zowel privé als ook in het publieke politieke debat.
Eerder beschreef ik dat de populariteit van het zekerheidsdenken goed te begrijpen is. Het is lastig om er afstand van te nemen. Kijken we naar het Engels secure, dan is dat etymologisch te herleiden tot het Latijnse securus, dat ‘zonder zorgen’ betekent. Het is lastig om te leven met onzekerheid, het geeft in het begin een hoop gepieker en zorgen. Zekerheid heeft ook iets romantisch, we associëren het met idealen en bevlogenheid. Maar door die romantiek moeten we heen prikken. Het zou de ‘rode dominee’ Willem Banning – die een ideologisch bevlogen socialist en diep religieus mens was – hebben gestoken. Het stak mij in het begin ook. Maar vanzelf maakt zekerheid plaats voor waarschijnlijkheid en pragmatisme. Waarschijnlijkheid of probability komt van probare (Latijn): testen, onderzoeken. Zo moet er met politieke ideeën worden omgegaan. Ze worden getest in debatten, waar onzekerheid een voorwaarde voor is: wie kan er debatteren als hij alles al zeker weet? Het schrikbeeld van democratie zijn de discussies in het tv-programma Het (Nieuwe) Lagerhuis: deelnemers eraan zijn zo overtuigd van zichzelf dat ze hun ideeën nooit testen en herzien.
Hoewel ik ook in de privésfeer scepsis wil verdedigen, zou ik geen liberaal zijn als ik mensen zou verbieden onbetwijfelbare private overtuigingen te hebben. De uiterste consequentie van mijn voorgestelde houding is wél dat mensen uitgesloten worden van het democratische debat, als ze hun persoonlijke overtuigingen in het politieke domein niet willen opgeven. Dat moet gebeuren zonder onderscheid naar politieke kleur of religie. Dit lijkt een moeilijke opgave, maar het pragmatisme neemt snel bezit van mensen. De ChristenUnie stapt in een regering die abortus en euthanasie goedkeurt. Toen Jan Marijnissen partijleider van de SP werd distantieerde hij kort daarna zich van zijn vroegere Maoïstische overtuigingen.
Ik bepleit twijfel, maar geen vertwijfeling.
Het kan moeilijk zijn om te leven met onzekerheid, maar het went vanzelf. Niet aan alles hoeft getwijfeld te worden. U kunt nog zo hard betwijfelen dat de trein er daadwerkelijk is, toch raad ik af om er voor te springen. Uiteindelijk geeft onzekerheid het leven smaak. Het is juist de onzekerheid die de ruimte bied om inconsequent te zijn, om te veranderen van gedachten, om je ongelijk toe te geven. Ik kan zonder gewetensnood vandaag iets beweren en morgen het volstrekt tegenovergestelde. De eventuele prijs die je ervoor moet betalen is een verlies van betekenis van ideeën. De winst is dat u zich niet op het sterfbed voor het hoofd hoeft te slaan over in het verleden gekoesterde zekerheden – die achteraf vervlogen idealen blijken.
Sommigen zullen zich afvragen of een onzekere levenshouding niet ongelukkig maakt. Ik vind juist mensen die erg zeker van hun zaak zijn ongelukkig. Ze proberen hun ideeën vaak krampachtig te verdedigen en zijn verontwaardigd als je ze in twijfel trekt. Van Epicurus – die een (gematigde) vorm van hedonisme bepleitte – is een uitspraak overgeleverd die veel lijkt op de volkswijsheid waarmee we begonnen: ‘Over de dood hoeven we ons geen zorgen te maken. Zolang ik er ben is de dood er niet en zolang de dood er is, ben ik er niet.’ De enige zekerheid in het leven in het achterhoofd houdend, valt er nog genoeg te genieten.
Ik zou mijn eigen these ondergraven als ik de hoop uitspreek de lezer te hebben overtuigd van mijn voorgestelde levenshouding. Ik geef het ter overweging mee, maar betwijfel de waarheidswaarde ervan. Is het niet frappant dat de filosoof, die als de grondlegger wordt gezien van al het denken dat na hem is verricht, zich structureel onzeker opstelde? Vrij naar Socrates kunnen we daarom stellen: ‘Ik weet dat ik niets zeker weet’.
dinsdag 10 juni 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten