Deel een van het Leids drieluik ‘De montere jongens Mozes’
Inzending Mare Kerstverhalenwedstrijd 2007. Het juryrapport is hier te lezen.
'Paspoort alstublieft.’ Juliaan keek verdwaasd op en staarde recht in de blauwe ogen van de KLM stewardess. Incheckbalie 2D, rij 21. Zijn ogen dwaalde af naar haar borst. ‘Marieke’ las hij op haar naambordje. Ze kon niet ouder zijn dan een jaar of 23. Ze was zwaar opgemaakt, maar ontegenzeglijk knap. Hij kreeg van Ruben een por in zijn rug.
- ‘Sorry mevrouw’, zei Juliaan. ‘Sorry knorrie’, dat zou zijn broertje Levi hebben gezegd, ‘je moet zeggen, mijn excuses mijnheer.’
Zijn hand ging naar de zak aan de zijkant van zijn afritsbroek. Geen paspoort. Haastig voelde hij in zijn andere zak. Weer niks! ‘Je bent toch verdomme niet je paspoort vergeten hè?’ vroeg Ruben geërgerd. In een helder moment betastte Juliaan zijn kruis. Daar voelde hij de contouren van zijn paspoort. Hij gespte zijn riem los, ritste zijn gulp open en haalde zijn zorgvuldig weggestopte moneybelt tevoorschijn. Hij wurmde zijn paspoort eruit. Met een zucht nam Marieke hem in ontvangst.
Op acht kilometer hoogte en met nog 8 uur en 34 minuten te vliegen naar Bangkok haalde Juliaan zijn aantekeningen voor het vak Logica 2 tevoorschijn. Op de dag voor Kerst moest hij er nog een tentamen over maken. Ruben zat comfortabel naast hem aan het gangpad. Hij las Bill Bryson’s The life and times of the Thunderbolt Kid. Volgens Juliaan’s aantekeningen maakte de logicus Gottlieb Frege onderscheid tussen Sinn en Bedeutung. Op het videoscherm stond Kevin Costner op het punt aan Jodi Foster uit te leggen dat hij paranormale gaven had.
Juliaan was twee maanden daarvoor naar Egypte geweest met zijn ouders, zes bejaarde vrouwen uit Den Haag en een reisgids, die hij van lichte pedofiele neigingen verdacht. Voor de zekerheid hield Juliaan ’s nachts zijn kamerdeur op slot. Het was hem aardig gelukt zijn ouders te ontlopen, maar aan de voet van de Sfinx in Giza probeerde zijn moeder een gesprek te beginnen.
- ‘Wat een bouwwerk, Juliaan’
‘Schitterend mama’
- ‘Jammer dat Napoleon zijn neus eraf heeft geschoten’. Zijn moeder wist sinds kort hoe Wikipedia werkte en had blijkbaar naar informatie over de Sfinx gezocht.
‘Dat was Napoleon niet. Die neus is er gewoon afgesleten door de zandstormen’.
- ‘Nou ja, het blijft schitterend. Zie je wel dat het met zijn drieën ook leuk kan zijn.’
‘Mama, alsjeblieft.’
Zijn vader stond naar zijn nieuwe digitale camera te staren. ‘Juliaan, hoe stel ik scherp met dit ding?’, vroeg hij. Een windvlaag waaide zand in hun ogen. Hij meende bij zijn moeder een traan te zien. Zijn vader vloekte en probeerde het zand uit zijn camera te blazen.
Vier weken reizen door Thailand, Vietnam en Cambodja. Toen Ruben het had voorgesteld leek het een goed plan: De wereld zien, vreemde culturen ontdekken, nieuwe mensen ontmoeten. Ver weg van zijn studentenstad. Juliaan volgde drie studies tegelijk en had volgens eigen berekening in vijf jaar tijd 3800 uur in de Universiteitsbibliotheek gezeten, waarvan zeker 150 op de WC. Hij had vier vaste studieplekken en per studieplek 75 studiepunten gehaald. Hij wist van heel veel dingen vrijwel alles.
Terwijl Juliaan in de Doha travel store naar de muur van backpacks keek werd hij radeloos. Hij stond op het punt zich om te draaien en weg te lopen, toen hij achter zich iemand hoorde. ‘Kan ik je helpen?’ Een dikkig meisje met dreadlocks en een tuinbroek aan keek vragend naar Juliaan.
- ‘Ik ga naar Azië en heb een rugzak nodig. Liefst niet te duur.’
‘Je moet bij rugzakken vooral letten op het draagcomfort. Deze zit lekker denk ik.’ Het meisje hees een North Face rugzak op zijn schouders.
- ‘Ja, die zit wel erg lekker.’
‘Dat komt door de unieke draagconstructie. Al het gewicht hangt daardoor op je heupen.’
Juliaan mompelde instemmend.
‘Hij kost iets meer, maar als je veel gaat reizen betaalt hij zich vanzelf terug’
Drie kwartier later stond Juliaan buiten met een Lowe Alpine rugzak, Teva sandalen, een Fjäll Raven afritsbroek en een MedicAid EHBO kit.
Bangkok bleek na aankomst niet veel anders te zijn dan Salou, waar hij direct na zijn eindexamen was geweest. Het was stoffig, warm en afgeladen met backpackers onder invloed van drank en drugs. Ze hadden lang haar en soms een baard. Ruben stond erop te verblijven in Khao San Road. Backpackers’ heaven volgens de Lonely Planet – die door Juliaan al tot not so Lonely Planet was gedoopt. Moe van de reis vielen Ruben en Juliaan in slaap op een kamer waar volgens de receptioniste van het hostel Leonardo DiCaprio nog had verbleven voor de opnames van The Beach.
Juliaan droomde dat zijn broertje door wachters achterna werd gezeten. Machteloos moest hij toezien hoe ze hem neerknuppelden. Hij omhelsde zijn broertje en liet tranen op zijn gehavende gezicht. Badend in het zweet werd hij wakker.
Laat op de avond aten ze een slappe hamburger in een Ierse Pub. Ze zagen hoe een groep Australiërs op straat hun volkslied aanhief. Oude Thaise vrouwtjes zetten de mannen kleurrijke hoedjes op het hoofd. De Australiërs lachten en stopten geld in hun gerimpelde handen. Op grote beeldschermen in de Pub scoorde Irak tegen Australië de winnende treffer in de AsiaCup.
Net voor vertrek had Juliaan telefonisch aan Anne – vereniging: Sextus, dispuut: Sisi, slogan: wij zijn Sloeries – laten weten dat hun kortstondige relatie wat hem betreft over was. Hij had zich gestoord aan haar ongeïnteresseerdheid. Vijftien films en vierentwintig boeken had hij in totaal ter sprake gebracht, ze had er geen enkele van gezien of gelezen. Pijpen kon ze overigens wel goed, dat had ze uit de Heleen geleerd.
Na drie dagen Bangkok vlogen Ruben en Juliaan naar Hanoi. Ooit had de stad betekenis gehad als centrum van communistisch Noord-Vietnam. Ruben las De Vliegeraar in het vliegtuig.
- ‘Juliaan, wat vond jij ervan?’ vroeg Ruben en keek op van zijn boek.
‘Kitsch’
- ‘Ik vind het prachtig. Moet je voorstellen, dat zo’n Afghaanse jongen dat allemaal meemaakt en zich er toch doorheen slaat.’
‘Veel mensen houden van kitsch’. Met die opmerking beschouwde Juliaan de conversatie als beëindigd. Met tegenzin sloeg hij De ondraaglijke lichtheid van het bestaan open. Nog 245 pagina’s te gaan.
Bij de bagageband in Hanoi ontdekte Juliaan het label op zijn rugzak: Made in Vietnam. Hij realiseerde zich dat hij binnen een week een rugzak voor 200 Euro had gekocht en die daarna 12.000 kilometer terug had gevlogen naar het productieland, waar hij voor een schijntje was gemaakt. Toen hij over deze ontdekking aan Ruben vertelde, wist die te melden ‘dat je de economie nu eenmaal draaiende moest houden’.
Na een dag rondlopen door Hanoi gooide Juliaan zijn Teva sandalen weg. Ze knelden en bovendien liepen alle backpackers op slippers. Ruben werd bij Ho Chi Minh’s mausoleum met een wisseltruc opgelicht toen hij een communistische vlag wilde kopen.
- ‘Klote Vietnamezen’ schreeuwde Ruben, terwijl hij woedend wegliep.
‘Toeristenbelasting, Ruben. Zo zou Marx het gewild hebben’
- Ruben keek hem vuil aan. ‘Laten we Bia Hoi gaan drinken’.
Bia Hoi bleek Hanoi’s grootste toeristische attractie. Vanaf negen uur ’s avonds kwamen alle toeristen naar dezelfde kroegen om zich voor tien cent per glas vol te laten lopen met het tapbier zonder conserveermiddelen. Ruben en Juliaan gingen met een paar Engelsen uit hun hostel mee naar de Blue Gecko Bar. Om half vijf ’s ochtends keken ze live naar Argentinië - Brazilië om de Copa Americá. Juliaan had zich al een week niet geschoren en begon op Chriet Titulaer te lijken. ‘Goodbye friends. Neuken in de keuken.’ riep de barman hen na bij het verlaten van de kroeg. Terwijl hij de barman hoorde giechelen om zijn eigen grap stootte Juliaan tegen iets zachts aan. Hij keek naar beneden en zag dat er een jongetje voor de deur lag te slapen. Achter zich hoorde hij de barman roepen: ‘No problem, warm weather all year! Neuken in de keu..’ De dichtvallende deur verhinderde dat hij zijn zin kon afmaken.
Ze lieten Hanoi achter zich en reisden met de bus richting het zuiden. In Hoi An zagen ze Die Hard 4 in de bioscoop, in Nha Trang Transformers, en in Saigon The Bourne Ultimatum. De meeste Vietnamezen kwamen halverwege de film luid pratend binnenlopen. Als ze zagen hoe lang hij was, wilden veel meisjes met Ruben op de foto.
- ‘Ik moet er eigenlijk gewoon een versieren, Juliaan. Die Aziatische chicks houden wel van een portie pik.’ Ruben en Juliaan zaten na The Bourne Ultimatum in een internetcafé. Buiten stortregende het.
‘Ja, natuurlijk. Moet je doen.’ antwoordde Juliaan terwijl hij zijn mailbox overzag:
RE: plannen voor 2e kerstdag? - 16/12/07
You want to be a real man? Enlarge your penis now! - 15/12/07
Lezing over spiritualiteit bij Heidegger, 23 december 18.30 uur - 14/12/07
RE: research proposal microfinance US and the Netherlands - 14/12/07
Hij klikte de onderste e-mail aan. Naast hem zat een klein meisje met grote ogen The legend of Zelda te spelen.
- ‘Luister je wel naar wat ik zeg?’
‘Ja, ik luister.’
Terwijl Ruben verder praatte las Juliaan de e-mail:
Hi Julian,
How‘s Indonesia?
Thanks for sending your proposal. I think you’ve got a very interesting research question. I completely agree with you that microfinance is a great instrument to alleviate poverty. I’ll be happy to work with you. We’ll write a fine article about it. I am sure we’ll get a lot of citations! Why don’t you come over to the center next spring? I can arrange some accommodation for you.
Have a nice Christmas when you come back from your holidays!
Dear regards,
John Deraux
Economics Center, University of Cincinatti
Juliaan klikte de mail weg. Geweldig. De wereld verbeteren, artikel voor artikel.
- ‘… dan laat ik haar alle hoeken van de kamer zien’.
‘Ik maak even een rondje, Ruben’ zei Juliaan en liep het internetcafé uit. De regenbui was opgehouden. Het maanlicht scheen op de natte straten. De stad vulde zich direct weer met de nooit aflatende stroom motorrijders. Hij zag twee monniken op een Yamaha voorbij komen, de poncho’s nog over hun oranje gewaad getrokken. Ze hadden geen helm op. Het ontroerde hem twee mannen zo onbeschermd op een motorfiets te zien zitten. Als je al eeuwenlang oorlog voert is motorrijden niet meer zo gevaarlijk.
Na een uur te hebben rondgelopen keerde Juliaan terug naar het hotel. Toen hij de deur wilde opendoen klonk er gekraak van het bed. Hij legde zijn oor tegen de deur en hoorde Ruben zwaar hijgen. Een hoog stemmetje kreunde: ‘Me so horny, western man so big’. ‘Life imitates art’, zei Juliaan zachtjes. Hij ging op een stoel in de gang zitten en viel in slaap. ’s Ochtends trof hij Ruben alleen op bed aan. De Vietnamese was verdwenen, net als de camera met vakantiefoto’s.
De onverharde weg van Saigon naar Pnom Penh maakte de busreis tot een hel. Twee keer stopten ze om een lekke band te vervangen. In de very Lonely Planet las Juliaan dat er jaarlijks 20.000 motorrijders in Vietnam verongelukken. Ruben las een illegale kopie van Harry Potter and the Deathly Hallows. In de Cambodjaanse hoofdstad was de ellende van het Rode Khmer regime nog tastbaar. Op straat klampten bedelaars met missende ledematen zich aan hen vast. ‘Niks geven’ zei Ruben, ‘dan denken ze dat bedelen loont en worden ze er afhankelijk van.’
In de voormalige Tuol Sleng gevangenis van de Rode Khmer bekeken ze de martelkamers die slechts zeven van de 18.000 gevangenen hadden overleefd. Onderweg naar de Killing Fields vroeg de chauffeur van hun tuk-tuk of ze met een M16 op een koe wilden schieten. Van de Killing Fields waren alleen nog met gras begroeide kuilen over. 400 Mensen per kuil, met knuppels en hamers omgelegd. De gids vertelde dat baby’s aan hun voeten tegen een boom werden doodgeslagen. ‘That’s why the local people call this the baby tree’. Hij wees naar een boom met bruine vlekken op de bast.
Op de avond voor hun terugreis kreeg Juliaan een diarreeaanval van de pat thai die ze op de Khao San Road aten. Ruben herkende de Engelsen uit Hanoi en ging ze vertellen over zijn Vietnamese verovering. In het hostel doorzocht Juliaan koortsachtig zijn EHBO Kit, maar vond geen diarreeremmers. De hele nacht en terugvlucht piste hij uit zijn reet, zoals zijn broertje het poëtisch kon omschrijven.
Op Schiphol gaf Juliaan Ruben een hand, wenste hem aangename Kerstdagen en pakte de trein van 17.26 uur. Vanaf het station fietste hij direct naar de Laagland supermarkt. Hij begroette een paar studiegenoten bij de afwasmiddelen, zijn buurmeisje bij de diepvriespizza’s en ontweek de blikken van de dispuutgenoten van Anne die een toetje stonden uit te zoeken.
Thuis at hij een Quattro Stagione steenovenpizza, dronk een fles Merlot leeg en zag op zijn computer hoe Catherine Deneuve in Indochine met ijzeren vuist de Franse kolonies in Azië probeerde te behouden. Behoorlijk aangeschoten en nog een beetje instabiel van zijn diarreeaanval liep hij na de film naar buiten. Door het park, langs de kerk, waar een jongen in een gele broek met zwarte letters tegenaan stond te pissen. De verlichte wijzers op de toren van het stadhuis wezen kwart voor twaalf aan. Bij café Publieke Zaken stootte hij de krant uit de handen van een man met lang haar die net naar buiten stapte. ‘Mijn excuses mijnheer’, mompelde hij en vervolgde zijn weg op de Smalstraat.
Melancholie overviel hem toen hij de zware houten deur van de sociëteit openduwde. Er hing een half afgescheurd papier op de deur: ‘Kersteindfeest –geen introducés’. Een walm van schraal bier, zweet en kots kwam hem tegemoet. Zwabberend liep hij de trappen op. Hij voelde hoe hij bij zijn arm werd beetgepakt.
- ‘Hé, jij bent hier geen lid. Wat kom je doen?’ blafte een forse vent met rossig haar in het gezicht van Juliaan. Zijn adem rook naar Apfelkorn.
Een jongen met een volle baard en wandelstok in zijn hand sloeg een arm om de rossige heen. Er sprak herkenning uit zijn blik.
‘Jezus man. Dat is Juliaan, de broer van Levi’
- ‘Verdraaid, je hebt gelijk’ zei de rossige.
‘Juliaan, je weet toch dat Levi hier niet meer is’ zei de jongen met de wandelstok. ‘Moet jij niet even je zinnen gaan verzetten. Op vakantie gaan of zoiets?’
Juliaan rukte zich los van de ijzeren greep van de rossige en liep naar buiten toe, de nacht in. Hij sleepte zichzelf richting station en haalde zijn telefoon uit zijn zak om te bellen. Nadat de telefoon een halve minuut over was gegaan nam zijn moeder met slaap in haar stem de telefoon op.
‘Met Henriette’
- ‘Mama, met Juliaan. Het gaat niet meer. Ik kom naar jullie toe.’
‘Goed jongen, ik kom je ophalen van het station. Bel je even als de trein bijna aankomt?’
Zijn moeder hing op. Juliaan passeerde een vrouw in een blauw mantelpak. Ze sloeg rechtsaf. Hij keek haar na en zag boven haar op de muur een gedicht staan. In het schemerlicht van een lantaarnpaal las hij:
¿Por qué estoy vivo?
¿Por qué estoy muerto?
Juliaan barstte in huilen uit. ‘Broertje, waarom heb je mij verlaten?’
donderdag 25 december 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten