Uit het raam staren
Iets dat ik veel doe is uit het raam kijken. Niet elk raam leent zich daarvoor, het mijne wel. Het is een fors raam, zeker tweeënhalve meter breed en anderhalve meter hoog. Dat maakt al gauw drie komma vijfenzeventig vierkante meter raam. En niet onbelangrijk, het raam bevindt zich op de vijfde verdieping. Dat staat me toe uit te kijken over het dak van de Leidse binnenstad en tegelijkertijd de straat en het parkje voor de deur in de gaten houden. Overigens gebeurt er niet veel, daar op straat of in het parkje. De straat wordt vooral gebruikt door ‘bestemmingsverkeer’.
Over uit het raam kijken wordt vaak misprijzend gedaan, alsof het tijdverspilling betreft. Een raamambtenaar is daarmee iemand die tijd verspilt op kosten van publieke gelden. De Duitsers hebben daar een woord voor: verplaudern. Dan moet er wel bij gepraat worden trouwens. Uit het raam kijken wordt door sommigen in één adem genoemd met duimen draaien, ja misschien zelfs met neuspeuteren. Dat is onterecht. Een raam biedt een blik op de buitenwereld, net zoals de ogen doen. Knappe jongen die mij wijsmaakt dat uit de ogen kijken tijdverspilling is. Ik kan me dus wel voorstellen dat je raamambtenaar wil zijn. Mits je een raam hebt dat zich daarvoor leent.
Toen ik in de thuiszorg werkte kwam ik wel eens bij meneer Stikkelman. Meneer Stikkelman deed nog twee dingen in zijn leven. Één daarvan was jagen, op fazanten als ik me goed herinner. Maar dat had hij lang geleden voor het laatst gedaan. Als hij erover praatte werden zijn ogen vochtig. Doch dat terzijde. Het andere dat meneer Stikkelman deed was, inderdaad, uit het raam kijken. Zijn raam leende zich nog beter om uit te kijken dan dat van mij, want nóg groter. En het allermooiste was: het raam keek uit op een druk kruispunt. Op dat kruispunt reed enkel maar ‘doorgaand verkeer’. Meneer Stikkelman vertelde niet zonder trots dat er elke week wel een aanrijding plaatsvond, waarvan hij dan stille getuige was. Vertellend over de telkens weer toegesnelde hulpdiensten sprak er levenslust uit zijn ogen.
Ik werk al lang niet meer in de thuiszorg. Toch denk ik af en toe aan meneer Stikkelman als ik uit mijn eigen raam kijk. Als ik over het drukke kruispunt fiets zwaai ik soms, maar ik heb meneer Stikkelman nooit meer uit zijn raam zien kijken.
vrijdag 2 januari 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten