Met je poten in de klei
Over bestuurskundig v(erh)ullen van begrippen
Het begrip ‘good governance’ is bovenal een spitsvondige alliteratie. Een containerbegrip, dat sinds de introductie door de Wereldbank (1989) nog steeds het grootst mogelijke risico voor bestuurskundigen in zich draagt: te vervallen in verhullend taalgebruik.
Met stelligheid zeggen we: ‘good governance’ is legitimiteit, rechtmatigheid, effectiviteit en integriteit – soms conflictueus, maar liefst in balans.
Ronkende woorden.
Vergelijk een VN conferentieposter: ‘Sustainable empowerment of the poor in a globalized world: dedication to good governance at the dawn of the 21st century’.
Beleidsporno.
Tenzij.
Tenzij de verhullende ledigheid van de begrippen wordt opgevuld.
Maar hoe dan?
Een hint. Good governance laat zich vertalen als goed bestuur. Dat doet denken: naast de samenleving moeten ook auto’s goed bestuurd worden. Een verkoper van tweedehands auto’s vertelt je over het aantal PK’s, wegligging en acceleratie. Met hetzelfde gemak praat de bestuurskundige over de 5 V’s, implementatie en efficiency. Maar waar het werkelijk om gaat is de vraag: werkt het ding?
Zoals de motor geïnspecteerd moet worden om te kijken of de koppeling aangrijpt, zo zal de bestuurskundige zijn handen vies moeten maken. Onderwijl vraagt hij zich continu af: Wat gebeurt hier eigenlijk? Wie doet wat? Kan ik het vastpakken?
Bedenk: een Nederlands multi-probleem gezin besteed drie dagen per week aan 25 organisaties te woord staan. Allen ‘helpen’ zij hetzelfde gezin, maar dat weten ze van elkaar niet. De bestuurskundige vraagt verwonderd: ‘Wat nu? Goed bestuur promoten? Beleidskaders stellen?’ ‘Nee’, wordt er geantwoord, ‘kaders zijn dingen om schilderijen mee te omlijsten’. De bestuurskundige vraagt nogmaals, aux serieux: ‘wat te doen?’ ‘Je zou het aan het gezin kunnen vragen. Zij zitten er tot hun nek toe in’, luidt het antwoord. De bestuurskundige zwijgt even, en vraagt: ‘Bedoel je interactieve beleidsvorming?’ ‘Deconstrueer de terminologie’, klinkt het tot slot, ‘gebruik je boerenverstand’.
De bestuurskundige krijgt een twinkeling in zijn ogen en rijmt: ‘de praktijk is zo rijk, daar hoeft geen jargon aan te pas te komen. Geen spitsvondige alliteraties, wel een ouderwets Hollands cliché. Good governance is: met je poten in de klei.’
Er wordt instemmend geknikt.
zondag 24 mei 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten