zondag 30 augustus 2009

Essay veerstichting 2009

Dit essay zond ik in voor deelname aan het Veerstichting symposium 2009, met als thema 'Alles onder controle?'.

De wereld een studentenkamer
Over de noodzaak van het omarmen van chaos in de publieke sector

De constatering dat de wereld een oncontroleerbare chaos is, daarvoor hoef ik niet ver van huis te zoeken. Sterker nog, ik hoef de deur er niet voor uit. Een enkele blik op mijn studentenkamer volstaat. In een wekelijks terugkerend ritueel probeer ik orde aan te brengen in het interieur ervan, en even zo vaak verwordt het op onverklaarbare wijze weer tot een chaotische bende. Toegegeven, ik verzamel veel spullen op mijn kamer die bovendien niet al te ruim bemeten is. Je hebt er natuurlijk mensen bij die de voorkeur geven aan een minimalistisch design interieur. Maar zelfs die mensen moeten zich – net als ik – tijdens elke opruimbeurt afvragen welke orde je in het interieur aan zou moeten brengen om het ritueel voor eens en voor altijd de wereld uit te helpen. Ik kan het precieze moment niet noemen, maar onlangs vond een wending in mijn denken plaats die veel verder gaat dan het excuus dat ‘rommelig gezellig is’. Ik heb de chaos omarmd.

Als bestuurskundig filmmaker zie ik door een cameralens soms inspectieambtenaren – laten we zeggen van de Voedsel Waren Autoriteit – die proberen de chaos van de alledag te controleren. Dat doen ze in twee betekenissen van het woord: controleren als ‘toezicht houden’ en controleren als ‘temmen’ of ‘beheersen’. Controleren in de eerste zin van het woord is hun dagelijks werk (bijvoorbeeld de koeltemperatuur meten in shoarmazaken), controleren in de tweede zin van het woord is hun ambitie. Maar ze weten dat het altijd zal blijven bij ambitie. Immers, shoarmazaken zijn net als studentenkamers: hebben vandaag vijf shoarmazaken goed functionerende koeling, dan openen er morgen vijf shoarmazaken zonder. Dat is kenmerkend voor publieke taken: ze zijn vaag, niet eenduidig en bovenal worden doelen nooit echt behaald. De consequenties voor werken in de publieke sector laten zich raden. Daarom is het noodzakelijk voor hun werk dat inspectieambtenaren de chaos van de dagelijkse praktijk omarmen – dat wil zeggen accepteren, niet berusten.

Als mensen die werkzaam zijn in de publieke sector de chaos niet omarmen, zijn er twee alternatieven: 1) wanhopig worden; of 2) toch een poging wagen om de chaos te beheersen. Het eerste alternatief is begrijpelijk; ook een blik op mijn studentenkamer roept soms hetzelfde gevoel op. Het tweede alternatief is verontrustend. Helaas tref je dat tweede alternatief veel aan bij politici, consultants, en ook bij beleidsmakers. Ze ‘ontvouwen’ visies, maken plannen en presentaties, en delen cyclisch herhalende problemen op in behapbare projecten met kop en staart. Hun tactieken zijn verhullend; alsof er in de publieke sector een soort natuurlijke orde zou bestaan dat als eindpunt bereikt kan worden (vgl. de permanent opgeruimde studentenkamer). Een idee trouwens dat ten grondslag ligt aan tal van ideologieën, filosofieën en religiën (* zie voetnoot).

Eerlijk is eerlijk: deze tekst ontstond uit een chaos van ideeën (‘het hoofd als studentenkamer?’). Toch heb ik geprobeerd ze onder controle te brengen zodanig dat de lezer ze kan volgen. Een vraag ten slotte die me niet loslaat:

a) Als we aannemen dat politici, consultants en beleidsmakers hooggeschoold zijn en op studentenkamers hebben gewoond.
b) En als we aannemen dat inspectieambtenaren laaggeschoold zijn en niet op studentenkamers hebben gewoond.

Waarom zijn politici, consultants en beleidsmakers dan zo slecht in het omarmen van de chaos van alledag, en inspectieambtenaren zo goed?

---
* voetnoot: Denk bijvoorbeeld aan het communisme of het fascisme die beiden een heilstaat voor ogen hadden als natuurlijk einddoel. Voor religie geldt dat als God een volmaaktheid is, en hij de wereld naar zijn evenbeeld heeft geschapen, alles daarmee ‘in orde’ is. Een klassiek filosofisch idee – waar tegenwoordig lacherig om wordt gedaan – is de Aristotelische teleologie: alles in de wereld zou een natuurlijke plaats en doel hebben. Onder andere de mechanische natuurkunde van Newton en Darwin’s evolutietheorie leren echter dat niets in de wereld een natuurlijke plaats heeft en alles door toeval wordt bepaald (en in die zin ‘doelloos’ is). Hoewel wij in het Westen in die zin leven in een volstrekt onttoverde wereld blijft de idee van de mogelijkheid van controle en het bestaan van een einddoel een hardnekkig idee.

Geen opmerkingen: