De woorden van de prins
Hoe je het ook wendt of keert, de huidige opstand in Tibet gaat over vrijheid: vrijheid van onderdrukking. In navolging van de rest van de wereld heeft prins Willem Alexander, bij monde van de Rijksvoorlichtingsdienst, nu ook een mening over Tibet: ‘De Prins van Oranje maakt zich, net als iedereen, zorgen over de ontwikkelingen in Tibet. Hij is van mening dat er moet worden gestreefd naar een vreedzame oplossing, met respect voor de mensenrechten, waarbij rekening moet worden gehouden met de positie van alle bevolkingsgroepen.’ Je proeft in deze woorden dat ze stuk voor stuk op een gouden diplomatiek schaaltje zijn gewogen. De woorden van de prins maken ons twee dingen duidelijk: ten eerste is het opleggen van vrijheid onmogelijk geworden en ten tweede is vrijheid verworden tot een cliché. Ik zal uitleggen hoe.
‘Mag je vrijheid aan anderen opleggen?’ is een vraag die je jezelf kunt stellen, hoewel het een zinloze vraag is. De vraag is zinloos omdat vrijheid afwezigheid van dwang betekent en iemand iets opleggen juist de aanwezigheid van dwang impliceert. Je kunt dus nooit vrijheid opleggen. Wat je wél kunt doen is mensen die anderen in hun vrijheid beperken dwingend corrigeren of uit de weg ruimen. En juist daartoe zijn wij Nederlanders niet meer in staat. Uit de woorden van de prins spreekt angst, onwil en onvermogen om vuile handen te maken voor het grotere goed. Vrijheden creëren betekent offers brengen, want zij die onderdrukkingsmacht hebben zullen die nooit vrijwillig uit handen geven. Om diplomatieke, economische of zelfs sportieve redenen zijn wij niet meer bereid offers te brengen. Daarom leggen wij het af tegen dictators, die zich nooit de vraag zullen stellen of ze wel met geweld en censuur hun dictatuur aan het onderdrukte volk mogen opleggen.
Ik sprak in de vorige paragraaf over het grotere goed. Ik doelde daarmee natuurlijk op vrijheid. Het aardige van vrijheid is dat het nauwelijks abstract is. Natuurlijk kan je een academische discussie voeren over wat vrijheid is, maar in de praktijk is het iedereen direct duidelijk. Er bestaat niet zoiets als ‘een beetje vrijheid’. Vraagt u maar aan dissidente journalisten die hun leven wegkwijnen in de gevangenis wat vrijheid eigenlijk is, en hoeveel vrijheid een mens nodig heeft. Toch is voor ons vrijheid verworden tot één van onze waarden die moet concurreren met economisch gewin en diplomatieke betrekkingen – en dan vaak het onderspit delft. Het begrip vrijheid is gereduceerd tot een holle frase die het goed doet tijdens lezingen en debatten. Maar vrijheid is niet meer iets waar we noodzakelijke offers voor willen brengen, niet eens een sportevenement. Het doet me pijn dit te zeggen, maar hiermee is vrijheid effectief verworden tot een cliché.
Ik zag op de website van het Nationaal Comité 4 en 5 mei een uitspraak van de prins staan, die hij deed op 5 mei 2005: ‘Echte vrede en echte vrijheid bestaan pas, als ook die permanente angst voor oorlog en onvrijheid is verdwenen. Daar ligt vandaag onze uitdaging.’ Met de uitspraak over Tibet in het achterhoofd herlezen we die woorden en vragen ons af: beste prins, wat is er in de afgelopen drie jaar gebeurd met die uitdaging?
dinsdag 20 mei 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten